Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2022:356 ECLI:NL:RVS:2022:356 AI generated

ECLI:NL:RVS:2022:356 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2022:356
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202200132/1/V1 en 202200132/2/V1. Datum uitspraak: 4 februari 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kind, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 13 december 2021 in zaak nr. NL21.12246 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 92 van de Vw 2000; ECLI:NL:RVS:2022:356 · Raad van State: Datum uitspraak: 4 februari 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kind, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 13 december 2021 in zaak nr. NL21.12246 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 92 van de Vw 2000

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 92 van de Vw 2000

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202200132/1/V1 en 202200132/2/V1. Datum uitspraak: 4 februari 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kind, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 13 december 2021 in zaak nr. NL21.12246 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop Bij besluit van 3 december 2020 heeft de staatssecretaris de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken. Bij besluit van 22 juli 2021 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 13 december 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F.M. Holwerda, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. bevestigt de aangevallen uitspraak; II. wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. A. Kuijer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier. De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen w.g. Verbeek griffier Uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2022 574