Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2022:3188 ECLI:NL:RVS:2022:3188 AI generated

ECLI:NL:RVS:2022:3188 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2022:3188
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202205798/1/V3. Datum uitspraak: 7 november 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 19 september 2022, in zaak nr. 202203599/3/V3. Procesverloop Bij brief van 6 oktober 2022 heeft verzoeker de Afdeling verzocht om herziening van de uitspraak van 19 september 2022 in zaak nr. 202203599/3/V3. De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen 1.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:86 van de Awb, artikel 8:81 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2022:3188 · Raad van State: 202205798/1/V3. Datum uitspraak: 7 november 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 19 september 2022, in zaak nr. 202203599/3/V3. Procesverloop Bij brief van 6 oktober 2022 heeft verzoeker de Afdeling verzocht om herziening van de uitspraak van 19 september 2022 in zaak nr. 202203599/3/V3. De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen 1.

Keywords

AI generated
artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:86 van de Awb artikel 8:81 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum uitspraak: 7 november 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 19 september 2022, in zaak nr.
artikel 8:86 van de Awb
In haar uitspraak van 27 juli 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AT8975, heeft de Afdeling overwogen dat alleen uitspraken als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Awb en in artikel 8:86 van de Awb onherroepelijke uitspraken zijn die voor herziening in aanmerking komen.
artikel 8:81 van de Awb
De vreemdeling vraagt om herziening van een uitspraak waarin op grond van artikel 8:81 van de Awb, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, een voorlopige voorziening is getroffen.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2004:AT8975
In haar uitspraak van 27 juli 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AT8975, heeft de Afdeling overwogen dat alleen uitspraken als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Awb en in artikel 8:86 van de Awb onherroepelijke uitspraken zijn die voor herziening in aanmerking komen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202205798/1/V3. Datum uitspraak: 7 november 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 19 september 2022, in zaak nr. 202203599/3/V3. Procesverloop Bij brief van 6 oktober 2022 heeft verzoeker de Afdeling verzocht om herziening van de uitspraak van 19 september 2022 in zaak nr. 202203599/3/V3. De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen 1.

De Afdeling kan onder omstandigheden een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van nieuwe feiten en omstandigheden (artikel 8:119, eerste lid, van de Awb). 1.1. In haar uitspraak van 27 juli 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AT8975, heeft de Afdeling overwogen dat alleen uitspraken als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Awb en in artikel 8:86 van de Awb onherroepelijke uitspraken zijn die voor herziening in aanmerking komen. De vreemdeling vraagt om herziening van een uitspraak waarin op grond van artikel 8:81 van de Awb, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, een voorlopige voorziening is getroffen.

Omdat dit geen uitspraak is als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Awb en in artikel 8:86 van de Awb, is de Afdeling kennelijk onbevoegd van het verzoek om herziening kennis te nemen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart zich onbevoegd van het verzoek kennis te nemen. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier. w.g. Verheij lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van Meurs-Heuvel griffier Uitgesproken in het openbaar op 7 november 2022 47-982