ECLI:NL:RVS:2022:281 · Raad van State
Legislator summary
AI generated202200068/2/V2. Datum uitspraak: 28 januari 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [vreemdeling 1], [vreemdeling 2],. [vreemdeling 3] en [vreemdeling 4], verzoekers, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 22 december 2021 in zaak nr. 21/45 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2022:281 · Raad van State: 202200068/2/V2. Datum uitspraak: 28 januari 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [vreemdeling 1], [vreemdeling 2],. [vreemdeling 3] en [vreemdeling 4], verzoekers, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 22 december 2021 in zaak nr. 21/45 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
202200068/2/V2. Datum uitspraak: 28 januari 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [vreemdeling 1], [vreemdeling 2],. [vreemdeling 3] en [vreemdeling 4], verzoekers, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 22 december 2021 in zaak nr. 21/45 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop Bij besluit van 11 september 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdelingen om aan hen een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 8 december 2020 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 22 december 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen 1. De vreemdelingen hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist.
2. Gelet op de belangen die de vreemdelingen naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.
3. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdelingen niet worden uitgezet, totdat op het door hen ingestelde hoger beroep is beslist; II. veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdelingen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 759,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. G.M.H. Hoogvliet, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier. w.g. Hoogvliet voorzieningenrechter w.g. Tibold griffier Uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2022 307-968