ECLI:NL:RVS:2022:2674 · Raad van State
Legislator summary
AI generated202205078/1/V3. Datum uitspraak: 14 september 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellante, tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag van 11 augustus 2022 in zaak nr. NL22.14738 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 29 juli 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij mondelinge uitspraak van 11 augustus 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RVS:2022:2674 · Raad van State: 202205078/1/V3. Datum uitspraak: 14 september 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellante, tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag van 11 augustus 2022 in zaak nr. NL22.14738 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 29 juli 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij mondelinge uitspraak van 11 augustus 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Cited Case Law
AI generatedFull text
202205078/1/V3. Datum uitspraak: 14 september 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellante, tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag van 11 augustus 2022 in zaak nr. NL22.14738 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 29 juli 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij mondelinge uitspraak van 11 augustus 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A. Habib-Portier, advocaat te Oss, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). 1.1. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 3 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2159, over procesbelang bij een beroep tegen een maatregel van bewaring).
Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Schippers, griffier. w.g. Soffers lid van de enkelvoudige kamer w.g. Schippers griffier 873