Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2022:2120 ECLI:NL:RVS:2022:2120 AI generated

ECLI:NL:RVS:2022:2120 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2022:2120
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202201923/2/R3. Datum uitspraak: 19 juli 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoeker], wonend te [woonplaats], verzoeker, en de raad van de gemeente Schiermonnikoog, verweerder. Openbare zitting gehouden op 19 juli 2022 om 13:15 uur. Tegenwoordig: staatsraad mr. D.A. Verburg, voorzieningenrechter griffier: mr.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2022:2120 · Raad van State: 202201923/2/R3. Datum uitspraak: 19 juli 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoeker], wonend te [woonplaats], verzoeker, en de raad van de gemeente Schiermonnikoog, verweerder. Openbare zitting gehouden op 19 juli 2022 om 13:15 uur. Tegenwoordig: staatsraad mr. D.A. Verburg, voorzieningenrechter griffier: mr.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202201923/2/R3. Datum uitspraak: 19 juli 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoeker], wonend te [woonplaats], verzoeker, en de raad van de gemeente Schiermonnikoog, verweerder. Openbare zitting gehouden op 19 juli 2022 om 13:15 uur. Tegenwoordig: staatsraad mr. D.A. Verburg, voorzieningenrechter griffier: mr.

J. Buskermolen Verschenen: - De raad, vertegenwoordigd door A.C. Baarda; - [partij A]; - [partij B]. [verzoeker] richt zich tegen het besluit van de raad van 15 februari 2022, waarbij het bestemmingsplan "Verbrede reikwijdte Schiermonnikoog - Dorp" is vastgesteld. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek van [verzoeker] is erop gericht dat de voorzieningenrechter bepaalt dat het plan wordt geschorst totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemzaak. De voorzieningenrechter: wijst het verzoek af.

De voorzieningenrechter heeft de volgende redenen om tot dit oordeel te komen. De vraag of [verzoeker] zicht heeft op de twee percelen waarom het gaat, laat de voorzieningenrechter in het midden. Dat kan in de bodemzaak worden bepaald. Beoordeeld naar wat er nu bekend is, zijn er voldoende aanknopingspunten om te oordelen dat hij belanghebbende is. Voor [locatie 1] geldt dat het college van burgemeester en wethouders van Schiermonnikoog op 7 maart 2017 een omgevingsvergunning heeft verleend voor het omzetten van een woonhuis in een recreatiewoning.

Dat is een vergunning om het afwijken van een bestemmingsplan mogelijk te maken. Regel is dat je zo’n vergunning inpast in het daarop volgende nieuwe bestemmingsplan. Juist als een gemeenteraad dat níet doet, moet dat worden uitgelegd. Hier volstond de motivering dat de raad de vergunde recreatiewoning overneemt in het nieuwe plan. Voor [locatie 2] geldt dat het perceelsgedeelte waar het [verzoeker] om te doen is, juist niet in het gebied van het beschermd dorpsgezicht ligt. De zuidelijke helft van de overtuin die daar was, is al bebouwd. Dat zuidelijke gedeelte ligt wel in het gebied van het beschermd dorpsgezicht.

Dat het bouwvlak van nummer 6 wordt verplaatst van het zuidelijke naar het noordelijke gedeelte en wordt vergroot, is alles bij elkaar gelet op de eigenschappen van de directe omgeving niet in strijd met de goede ruimtelijke ordening. Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden. w.g. Verburg voorzieningenrechter w.g. Buskermolen griffier 896