Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2022:2113 ECLI:NL:RVS:2022:2113 AI generated

ECLI:NL:RVS:2022:2113 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2022:2113
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202102605/1/V3. Datum uitspraak: 27 juli 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 30 maart 2021 in zaak nr. 20/2367 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 29 februari 2020 heeft de staatssecretaris de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2022:2113 · Raad van State: 202102605/1/V3. Datum uitspraak: 27 juli 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 30 maart 2021 in zaak nr. 20/2367 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 29 februari 2020 heeft de staatssecretaris de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202102605/1/V3. Datum uitspraak: 27 juli 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 30 maart 2021 in zaak nr. 20/2367 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 29 februari 2020 heeft de staatssecretaris de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

Bij uitspraak van 30 maart 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M. Krikke, advocaat te Bussum, hoger beroep ingesteld. De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Voor zover de in 2021 veranderde situatie in Afghanistan relevant zou kunnen zijn voor deze zaak, kan de Afdeling die, gelet op het toetsingskader in deze zaak, niet bij haar oordeel betrekken. De vreemdeling kan die situatie ten grondslag leggen aan de nieuwe aanvraag. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier. w.g. Sevenster lid van de enkelvoudige kamer w.g. Schipper griffier Uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2022 872