ECLI:NL:RVS:2022:201 · Raad van State
Legislator summary
AI generated202108107/1/V3. Datum uitspraak: 24 januari 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht) op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 29 april 2020 in zaak nr. 202002197/1/V3. Procesverloop Bij brief van 27 december 2021 heeft verzoeker de Afdeling verzocht om herziening van de uitspraak van 29 april 2020 in zaak nr. 202002197/1/V3. Overwegingen 1. De Afdeling kan onder omstandigheden een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van nieuwe feiten en omstandigheden (artikel 8:119, eerste lid, van de Awb). De vreemdeling heeft zulke feiten of omstandigheden niet aangevoerd.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RVS:2022:201 · Raad van State: 202108107/1/V3. Datum uitspraak: 24 januari 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht) op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 29 april 2020 in zaak nr. 202002197/1/V3. Procesverloop Bij brief van 27 december 2021 heeft verzoeker de Afdeling verzocht om herziening van de uitspraak van 29 april 2020 in zaak nr. 202002197/1/V3. Overwegingen 1. De Afdeling kan onder omstandigheden een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van nieuwe feiten en omstandigheden (artikel 8:119, eerste lid, van de Awb). De vreemdeling heeft zulke feiten of omstandigheden niet aangevoerd.
Full text
202108107/1/V3. Datum uitspraak: 24 januari 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht) op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 29 april 2020 in zaak nr. 202002197/1/V3. Procesverloop Bij brief van 27 december 2021 heeft verzoeker de Afdeling verzocht om herziening van de uitspraak van 29 april 2020 in zaak nr. 202002197/1/V3. Overwegingen 1. De Afdeling kan onder omstandigheden een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van nieuwe feiten en omstandigheden (artikel 8:119, eerste lid, van de Awb). De vreemdeling heeft zulke feiten of omstandigheden niet aangevoerd.
2. Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier. Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. w.g. Annen griffier Uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2022 765