Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2022:1935 ECLI:NL:RVS:2022:1935 AI generated

ECLI:NL:RVS:2022:1935 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2022:1935
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202106293/1/A2. Datum uitspraak: 7 juli 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], tegen uitspraak van de rechtbank Noord-­Nederland van 7 september 2021 in zaak nr. 20/3339 in het geding tussen: [appellant] en de Belastingdienst/Toeslagen. Openbare zitting gehouden op 7 juli 2022 om 11:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. J.Th. Drop, voorzitter griffier: mr. P.M.M. van Zanten jurist: mr. M.E. Adriaanse Verschenen: De Belastingdienst/Toeslagen, vertegenwoordigd door [gemachtigden]. ==================================== Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 7 september 2021 van de rechtbank Noord­-Nederland waarbij het beroep van [appellant] tegen het in bezwaar gehandhaafde besluit van 22 mei 2020 ongegrond is verklaard. In dat besluit heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot zorgtoeslag over 2020 van [appellant] op nihil vastgesteld. De Afdeling verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Daartoe overweegt zij het volgende. Gronden: • [appellant] is op juiste wijze opgeroepen voor de zitting. [appellant] is - met voorafgaande kennisgeving - niet verschenen op de zitting. • [appellant] wil geen bankrekening omdat giraal geld volgens hem geen wettig betaalmiddel is. • De Afdeling heeft [appellant] er bij brief van 4 november 2021 op gewezen dat hij voor het hoger beroep griffierecht moet betalen. Bij wijze van uitzondering is aan [appellant] bij brief van 18 november 2021 uitstel verleend om het verschuldigde griffierecht tot het moment waarop de zitting zal plaatsvinden contant te voldoen op het adres van de Raad van State. In die brief staat ook dat als het griffierecht niet op dat moment is ontvangen, het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Het griffierecht is niet betaald. • [appellant] is gewezen op de mogelijkheid om een beroep op betalingsonmacht te doen. Een dergelijk beroep heeft [appellant] echter uitdrukkelijk niet willen doen. [appellant] is daarom in verzuim door het griffierecht niet te betalen. Het hoger beroep van [appellant] is niet-ontvankelijk. w.g. Drop lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van Zanten griffier 97-1022

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2022:1935 · Raad van State: 202106293/1/A2. Datum uitspraak: 7 juli 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], tegen uitspraak van de rechtbank Noord-­Nederland van 7 september 2021 in zaak nr. 20/3339 in het geding tussen: [appellant] en de Belastingdienst/Toeslagen. Openbare zitting gehouden op 7 juli 2022 om 11:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. J.Th. Drop, voorzitter griffier: mr. P.M.M. van Zanten jurist: mr. M.E. Adriaanse Verschenen: De Belastingdienst/Toeslagen, vertegenwoordigd door [gemachtigden]. ==================================== Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 7 september 2021 van de rechtbank Noord­-Nederland waarbij het beroep van [appellant] tegen het in bezwaar gehandhaafde besluit van 22 mei 2020 ongegrond is verklaard. In dat besluit heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot zorgtoeslag over 2020 van [appellant] op nihil vastgesteld. De Afdeling verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Daartoe overweegt zij het volgende. Gronden: • [appellant] is op juiste wijze opgeroepen voor de zitting. [appellant] is - met voorafgaande kennisgeving - niet verschenen op de zitting. • [appellant] wil geen bankrekening omdat giraal geld volgens hem geen wettig betaalmiddel is. • De Afdeling heeft [appellant] er bij brief van 4 november 2021 op gewezen dat hij voor het hoger beroep griffierecht moet betalen. Bij wijze van uitzondering is aan [appellant] bij brief van 18 november 2021 uitstel verleend om het verschuldigde griffierecht tot het moment waarop de zitting zal plaatsvinden contant te voldoen op het adres van de Raad van State. In die brief staat ook dat als het griffierecht niet op dat moment is ontvangen, het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Het griffierecht is niet betaald. • [appellant] is gewezen op de mogelijkheid om een beroep op betalingsonmacht te doen. Een dergelijk beroep heeft [appellant] echter uitdrukkelijk niet willen doen. [appellant] is daarom in verzuim door het griffierecht niet te betalen. Het hoger beroep van [appellant] is niet-ontvankelijk. w.g. Drop lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van Zanten griffier 97-1022

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text