Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2022:1728 ECLI:NL:RVS:2022:1728 AI generated

ECLI:NL:RVS:2022:1728 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2022:1728
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202203370/1/V3. Datum uitspraak: 17 juni 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 30 mei 2022 in zaak nr. NL22.9181 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 19 mei 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 30 mei 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2022:1728 · Raad van State: 202203370/1/V3. Datum uitspraak: 17 juni 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 30 mei 2022 in zaak nr. NL22.9181 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 19 mei 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 30 mei 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2022:1444
202105751/1/V3. Datum uitspraak: 25 mei 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 27 augustus 2021 in zaak nr. NL21.13093 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 12 augustus 2021 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 27 augustus 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
ECLI:NL:RVS:2022:1452
202106054/1/V3. Datum uitspraak: 25 mei 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's­Hertogenbosch, van 13 september 2021 in zaak nr. NL21.13808 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 27 augustus 2021 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 13 september 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
ECLI:NL:RVS:2022:1454
202106848/1/V3. Datum uitspraak: 25 mei 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 26 oktober 2021 in zaak nr. NL21.16046 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 10 oktober 2021 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 26 oktober 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202203370/1/V3. Datum uitspraak: 17 juni 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 30 mei 2022 in zaak nr. NL22.9181 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 19 mei 2022 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 30 mei 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A.M.V. Bandhoe, advocaat te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000). 1.1. Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraken van 25 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1444, ECLI:NL:RVS:2022:1452 en ECLI:NL:RVS:2022:1454, over de omstandigheden waaronder een verwijderingsbesluit voor een burger van de Unie is uitgewerkt).

Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.

2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier. w.g. Wissels lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van de Kolk griffier Uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2022 347