Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2022:1626 ECLI:NL:RVS:2022:1626 AI generated

ECLI:NL:RVS:2022:1626 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2022:1626
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202102894/1/R3. Datum uitspraak: 8 juni 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellante], wonend te [woonplaats] (België), appellante, en het college van gedeputeerde staten van Zeeland, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 16 maart 2021 heeft het college de bij besluit van 19 december 2016 aan BPD Arcus Kunstwerk b.v. verleende vergunning voor het ontgronden van percelen aan de Zeedijk 19 te Nieuwvliet gewijzigd. Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2022:1626 · Raad van State: 202102894/1/R3. Datum uitspraak: 8 juni 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellante], wonend te [woonplaats] (België), appellante, en het college van gedeputeerde staten van Zeeland, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 16 maart 2021 heeft het college de bij besluit van 19 december 2016 aan BPD Arcus Kunstwerk b.v. verleende vergunning voor het ontgronden van percelen aan de Zeedijk 19 te Nieuwvliet gewijzigd. Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202102894/1/R3. Datum uitspraak: 8 juni 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellante], wonend te [woonplaats] (België), appellante, en het college van gedeputeerde staten van Zeeland, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 16 maart 2021 heeft het college de bij besluit van 19 december 2016 aan BPD Arcus Kunstwerk b.v. verleende vergunning voor het ontgronden van percelen aan de Zeedijk 19 te Nieuwvliet gewijzigd. Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Beach Resort Nieuwvliet B.V. en [appellante] hebben nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 april 2022, waar [appellante], bijgestaan door mr. D.I.N. Levinson-Arps, advocaat te Middelburg, en het college, vertegenwoordigd door mr. A. Schreijenberg, advocaat te Middelburg, en R. de Nooijer, zijn verschenen. Voorts is ter zitting Beach Resort Nieuwvliet B.V., vertegenwoordigd door mr. J.M. van Koeveringe-Dekker, advocaat te Middelburg, als partij gehoord. Overwegingen Inleiding Ontvankelijkheid 2.1. De Afdeling heeft haar jurisprudentie over de ontvankelijkheid van beroepen tegen omgevingsrechtelijke besluiten die zijn voorbereid met afdeling 3.4 van de Awb, gewijzigd.

Aanleiding daarvoor was het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 14 januari 2021, Stichting Varkens in Nood, ECLI:EU:C:2021:7. Voor zover hier van belang geldt nu voor niet-belanghebbenden dat ook zij beroep kunnen instellen tegen omgevingsrechtelijke besluiten, mits zij een zienswijze over het ontwerpbesluit naar voren hebben gebracht of ingeval hen niet kan worden verweten dat zij dit hebben nagelaten (uitspraak van de Afdeling van 4 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:953). Alleen al omdat [appellante] een zienswijze over het ontwerpbesluit tot wijzing van de vergunning naar voren heeft gebracht, is haar beroep ontvankelijk.

Beroepsgronden 4.1. Het college stelt dat [appellante] nabij haar vakantiewoning geen gevolgen van de inkorting en wadi kan ervaren. De afwatering vanuit de uitbreidingslocatie verloopt namelijk achtereenvolgens naar het zuiden, westen en noorden en komt dan pas in de buurt van de vakantiewoning. [appellante] heeft dit verloop van de afwatering niet weersproken en niet concreet gemaakt welke gevolgen van de inkorting en wadi de vakantiewoning uiteindelijk zal ondervinden. Het betoog slaagt niet. Conclusie en proceskosten Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. B.J. Schueler, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.A. Snijders, griffier. w.g. Schueler lid van de enkelvoudige kamer w.g. Snijders griffier Uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2022 279