Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2022:1568 ECLI:NL:RVS:2022:1568 AI generated

ECLI:NL:RVS:2022:1568 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2022:1568
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202107141/1/A2. Datum uitspraak: 20 mei 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellante], wonend te [woonplaats], tegen uitspraak van de rechtbank Zeeland­-West­-Brabant van 12 november 2021 in zaak nr. 21/1084 in het geding tussen: [appellante] en het college van burgemeester en wethouders van Breda. Openbare zitting gehouden op 20 mei 2022 om 11:30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. N. Verheij, voorzitter griffier: mr. A.S. Sanchit-Premchand Verschenen: [appellante], vertegenwoordigd door mr. I.N.D.J. Rissema; het college, vertegenwoordigd door G.M.J. van Gastel. ==================================== Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 12 november 2021 van de rechtbank Zeeland­-West-­Brabant waarbij het beroep tegen het in bezwaar gehandhaafde besluit van 24 oktober 2020 ongegrond is verklaard. Bij dat besluit heeft het college de auto van [appellante] weg laten slepen en in bewaring laten stellen en de kosten daarvan op [appellante] verhaald. De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak. Gronden: - Op de parkeerplaats waar [appellante] haar auto had geparkeerd stond een verkeersbord E4 voorzien van een onderbord met daarop de tekst ‘parkeren verboden za 24 oktober 6h’ en daaronder ’za 24 oktober 16h’. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat een ieder redelijkerwijs kan beseffen dat bedoeld was aan te geven dat op 24 oktober tussen 06:00 uur en 16:00 uur daar niet geparkeerd mag worden. [appellante] heeft in strijd hiermee gehandeld. Dat er ook een ongeclausuleerd verkeersbord E4 stond, maakt dit niet anders. - [appellante] heeft aangevoerd dat het college ten onrechte niet heeft beslist op haar verzoek om de in bezwaar gemaakte proceskosten te vergoeden. Het college heeft het bezwaar echter terecht ongegrond verklaard. Er is dan ook geen reden voor een proceskostenvergoeding in bezwaar. Het was wel netter geweest als het college dit had beslist, maar het is een formeel gebrek dat gepasseerd kan worden. - Het hoger beroep is ongegrond. Daarom is er geen reden voor een vergoeding van de in beroep en hoger beroep gemaakte proceskosten en het betaalde griffierecht. Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2022 691

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2022:1568 · Raad van State: 202107141/1/A2. Datum uitspraak: 20 mei 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellante], wonend te [woonplaats], tegen uitspraak van de rechtbank Zeeland­-West­-Brabant van 12 november 2021 in zaak nr. 21/1084 in het geding tussen: [appellante] en het college van burgemeester en wethouders van Breda. Openbare zitting gehouden op 20 mei 2022 om 11:30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. N. Verheij, voorzitter griffier: mr. A.S. Sanchit-Premchand Verschenen: [appellante], vertegenwoordigd door mr. I.N.D.J. Rissema; het college, vertegenwoordigd door G.M.J. van Gastel. ==================================== Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 12 november 2021 van de rechtbank Zeeland­-West-­Brabant waarbij het beroep tegen het in bezwaar gehandhaafde besluit van 24 oktober 2020 ongegrond is verklaard. Bij dat besluit heeft het college de auto van [appellante] weg laten slepen en in bewaring laten stellen en de kosten daarvan op [appellante] verhaald. De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak. Gronden: - Op de parkeerplaats waar [appellante] haar auto had geparkeerd stond een verkeersbord E4 voorzien van een onderbord met daarop de tekst ‘parkeren verboden za 24 oktober 6h’ en daaronder ’za 24 oktober 16h’. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat een ieder redelijkerwijs kan beseffen dat bedoeld was aan te geven dat op 24 oktober tussen 06:00 uur en 16:00 uur daar niet geparkeerd mag worden. [appellante] heeft in strijd hiermee gehandeld. Dat er ook een ongeclausuleerd verkeersbord E4 stond, maakt dit niet anders. - [appellante] heeft aangevoerd dat het college ten onrechte niet heeft beslist op haar verzoek om de in bezwaar gemaakte proceskosten te vergoeden. Het college heeft het bezwaar echter terecht ongegrond verklaard. Er is dan ook geen reden voor een proceskostenvergoeding in bezwaar. Het was wel netter geweest als het college dit had beslist, maar het is een formeel gebrek dat gepasseerd kan worden. - Het hoger beroep is ongegrond. Daarom is er geen reden voor een vergoeding van de in beroep en hoger beroep gemaakte proceskosten en het betaalde griffierecht. Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2022 691

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text