ECLI:NL:RVS:2022:1187 · Raad van State
Legislator summary
AI generated202106113/1/R3. Datum uitspraak: 20 april 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellante], wonend te Nieuwveen, gemeente Nieuwkoop, en het college van burgemeester en wethouders van Nieuwkoop, verweerder. Openbare zitting gehouden op 20 april 2022 om 09:30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. E.A. Minderhoud, voorzitter griffiers: mr. M. Priem en mr. R. Bruikman Verschenen: [appellante]; Het college, vertegenwoordigd door M.W. Hijman en B. Voorn-Rade. ==================================== Het beroep richt zich tegen het besluit van het college van 13 juli 2021, waarbij het wijzigingsplan "Blokland 8, Nieuwveen" is vastgesteld. Het voorziet in de omzetting van een bedrijfswoning naar een burgerwoning. [appellante] heeft tegen dit besluit beroep ingesteld omdat zij vreest voor een beperking van haar bedrijfsactiviteiten als gevolg van het plan. De Afdeling verklaart het beroep ongegrond. Daartoe overweegt zij het volgende. [appellante] oefent bedrijfsactiviteiten uit op de percelen [locatie 1] en [locatie 2]. Vaststaat dat op deze percelen op grond van het geldende bestemmingsplan bedrijfsactiviteiten mogen worden uitgeoefend tot ten hoogste milieucategorie 2.0. Het college stelt terecht dat voor dergelijke activiteiten een richtafstand van 30 meter moet worden aangehouden tot een burgerwoning, waaraan in dit geval ruimschoots wordt voldaan. De percelen van [appellante] liggen namelijk op een afstand van ongeveer 70 m. Gelet hierop zijn de planologisch toegestane activiteiten op de percelen van [appellante] naar het oordeel van de Afdeling verenigbaar met een goed woon- en leefklimaat op het perceel Blokland 8[locatie 3]. Voor zover [appellante] feitelijk bedrijfsactiviteiten uitoefent van een hogere milieucategorie dan 2.0, overweegt de Afdeling dat het college met deze activiteiten geen rekening hoefde te houden bij de vaststelling van het wijzigingsplan, omdat deze activiteiten planologisch niet zijn toegestaan. Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen 1006-646
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2022:1187 · Raad van State: 202106113/1/R3. Datum uitspraak: 20 april 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellante], wonend te Nieuwveen, gemeente Nieuwkoop, en het college van burgemeester en wethouders van Nieuwkoop, verweerder. Openbare zitting gehouden op 20 april 2022 om 09:30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. E.A. Minderhoud, voorzitter griffiers: mr. M. Priem en mr. R. Bruikman Verschenen: [appellante]; Het college, vertegenwoordigd door M.W. Hijman en B. Voorn-Rade. ==================================== Het beroep richt zich tegen het besluit van het college van 13 juli 2021, waarbij het wijzigingsplan "Blokland 8, Nieuwveen" is vastgesteld. Het voorziet in de omzetting van een bedrijfswoning naar een burgerwoning. [appellante] heeft tegen dit besluit beroep ingesteld omdat zij vreest voor een beperking van haar bedrijfsactiviteiten als gevolg van het plan. De Afdeling verklaart het beroep ongegrond. Daartoe overweegt zij het volgende. [appellante] oefent bedrijfsactiviteiten uit op de percelen [locatie 1] en [locatie 2]. Vaststaat dat op deze percelen op grond van het geldende bestemmingsplan bedrijfsactiviteiten mogen worden uitgeoefend tot ten hoogste milieucategorie 2.0. Het college stelt terecht dat voor dergelijke activiteiten een richtafstand van 30 meter moet worden aangehouden tot een burgerwoning, waaraan in dit geval ruimschoots wordt voldaan. De percelen van [appellante] liggen namelijk op een afstand van ongeveer 70 m. Gelet hierop zijn de planologisch toegestane activiteiten op de percelen van [appellante] naar het oordeel van de Afdeling verenigbaar met een goed woon- en leefklimaat op het perceel Blokland 8[locatie 3]. Voor zover [appellante] feitelijk bedrijfsactiviteiten uitoefent van een hogere milieucategorie dan 2.0, overweegt de Afdeling dat het college met deze activiteiten geen rekening hoefde te houden bij de vaststelling van het wijzigingsplan, omdat deze activiteiten planologisch niet zijn toegestaan. Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen 1006-646