Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2021:707 ECLI:NL:RVS:2021:707 AI generated

ECLI:NL:RVS:2021:707 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2021:707
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202003217/3/V2. Datum beslissing: 6 april 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 26 mei 2020 in zaak nr. NL20.6693 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop De vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 26 mei 2020 in zaak nr. NL20.6693.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:45 van de Awb, artikel 8:29 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2021:707 · Raad van State: 202003217/3/V2. Datum beslissing: 6 april 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 26 mei 2020 in zaak nr. NL20.6693 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop De vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 26 mei 2020 in zaak nr. NL20.6693.

Keywords

AI generated
artikel 8:45 van de Awb artikel 8:29 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:45 van de Awb
Bij staatssecretaris heeft, op verzoek van de Afdeling met toepassing van artikel 8:45 van de Awb, namens de minister van Buitenlandse Zaken gereageerd en een beroep gedaan op artikel 8:29, eerste lid, van de Awb.
artikel 8:29 van de Awb
De minister van Buitenlandse Zaken heeft, op verzoek van de Afdeling met toepassing van artikel 8:45 van de Awb, de vertrouwelijke versie van een gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van dit stuk.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202003217/3/V2. Datum beslissing: 6 april 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 26 mei 2020 in zaak nr. NL20.6693 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop De vreemdeling heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 26 mei 2020 in zaak nr. NL20.6693.

Bij staatssecretaris heeft, op verzoek van de Afdeling met toepassing van artikel 8:45 van de Awb, namens de minister van Buitenlandse Zaken gereageerd en een beroep gedaan op artikel 8:29, eerste lid, van de Awb. De minister van Buitenlandse Zaken heeft, op verzoek van de Afdeling met toepassing van artikel 8:45 van de Awb, de vertrouwelijke versie van een gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van dit stuk. Het betreft een aan een passage op p. 15 van het algemeen ambtsbericht Iran van maart 2019 ten grondslag liggend stuk: - gespreksverslag van interview met vertrouwenspersoon 1, te ambassade Teheran.

De minister van Buitenlandse Zaken heeft de delen van dit verslag die ten grondslag liggen aan die passage in het verslag aangeduid. Overwegingen 1. De minister van Buitenlandse Zaken heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van dit stuk kennis zal nemen.

2. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.

3. In het vertrouwelijk overgelegde stuk wordt door de bron informatie verstrekt over Iran. Naar het oordeel van de Afdeling weegt de bescherming van de geraadpleegde bron zwaarder dan het belang dat partijen kennis nemen van het stuk. De Afdeling neemt hierbij in aanmerking dat de minister van Buitenlandse Zaken daarnaast terecht aanvoert dat het stuk gegevens bevat die bruikbaar zijn voor het fabriceren van valse vluchtverhalen, waardoor kennisneming van die gegevens kan leiden tot misbruik en daarmee een belemmering is voor toekomstig asielonderzoek.

4. De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek toe. Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. J.A. Verweij, griffier. w.g. Drop lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer w.g. Verweij griffier Uitgesproken in het openbaar op 6 april 2021