Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2021:1933 ECLI:NL:RVS:2021:1933 AI generated

ECLI:NL:RVS:2021:1933 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2021:1933
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202105139/3/V1. Datum uitspraak: 30 augustus 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 2 augustus 2021 in zaak nr. NL20.8197 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 3 van het EVRM; ECLI:NL:RVS:2021:1933 · Raad van State: 202105139/3/V1. Datum uitspraak: 30 augustus 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 2 augustus 2021 in zaak nr. NL20.8197 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 3 van het EVRM

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 3 van het EVRM
De vreemdeling is volgens de staatssecretaris op grond van artikel 3 van het EVRM niet uitzetbaar naar Turkije.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202105139/3/V1. Datum uitspraak: 30 augustus 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 2 augustus 2021 in zaak nr. NL20.8197 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop Bij besluit van 31 maart 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 2 augustus 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij uitspraak van 9 augustus 2021 heeft de voorzieningenrechter bij ordemaatregel bepaald dat de voor 10 augustus 2021 voorgenomen beëindiging van de opvang achterwege blijft.

Overwegingen 1. Het verzoek is erop gericht te voorkomen dat de vreemdeling wordt uitgezet, dan wel dat de verstrekkingen, voorzien bij of krachtens de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers, worden beëindigd gedurende de behandeling van het ingestelde hoger beroep.

2. Als gevolg van de door de voorzieningenrechter op 9 augustus 2021 getroffen ordemaatregel heeft de voor 10 augustus 2021 voorziene beëindiging van de opvang niet plaatsgevonden. Deze ordemaatregel hield verband met het feit dat de voor de beoordeling van het hoger beroep noodzakelijke stukken nog niet beschikbaar waren. Deze uitspraak gaat over de vraag of de vreemdeling alsnog kan worden uitgezet, dan wel of de verstrekkingen alsnog beëindigd kunnen worden hangende de behandeling van het hoger beroep door de Afdeling.

3. De vreemdeling is volgens de staatssecretaris op grond van artikel 3 van het EVRM niet uitzetbaar naar Turkije. Nu er verder op dit moment geen grond is om aan te nemen dat de aangevallen uitspraak in hoger beroep zal worden vernietigd, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorziening, als verzocht, te treffen.

4. Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. G.M.H. Hoogvliet, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier. De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. w.g. Verbeek griffier Uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2021 210