Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2021:180 ECLI:NL:RVS:2021:180 AI generated

ECLI:NL:RVS:2021:180 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2021:180
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201904542/1/V3. Datum uitspraak: 28 januari 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb). Procesverloop De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Thelosen, advocaat te Amsterdam, heeft tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 14 mei 2019 in zaak nr. 18/9839, hoger beroep ingesteld. Bij brief van 22 december 2020 heeft de vreemdeling het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten. Op verzoek van de Afdeling heeft de staatssecretaris een verweerschrift ingediend. Overwegingen 1. De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken naar aanleiding van de brief van de staatssecretaris van 17 december 2020. Daarin staat dat de staatssecretaris het bij de rechtbank bestreden besluit van 19 december 2018 intrekt.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75a van de Awb, artikel 8:75 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2021:180 · Raad van State: De staatssecretaris kan met toepassing van artikel 8:75 van de Awb tot vergoeding van de proceskosten worden veroordeeld als hij met de intrekking van zijn besluit aan de vreemdeling is tegemoetgekomen. Van tegemoetkomen is geen sprake als een in beroep bestreden besluit is gewijzigd wegens veranderde omstandigheden (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 18 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1816).

Keywords

AI generated
artikel 8:75a van de Awb artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75a van de Awb
Datum uitspraak: 28 januari 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb).
artikel 8:75 van de Awb
De staatssecretaris kan met toepassing van artikel 8:75 van de Awb tot vergoeding van de proceskosten worden veroordeeld als hij met de intrekking van zijn besluit aan de vreemdeling is tegemoetgekomen.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201904542/1/V3. Datum uitspraak: 28 januari 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van: [de vreemdeling], verzoeker, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb). Procesverloop De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Thelosen, advocaat te Amsterdam, heeft tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 14 mei 2019 in zaak nr. 18/9839, hoger beroep ingesteld. Bij brief van 22 december 2020 heeft de vreemdeling het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten. Op verzoek van de Afdeling heeft de staatssecretaris een verweerschrift ingediend. Overwegingen 1. De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken naar aanleiding van de brief van de staatssecretaris van 17 december 2020. Daarin staat dat de staatssecretaris het bij de rechtbank bestreden besluit van 19 december 2018 intrekt.

2. De staatssecretaris kan met toepassing van artikel 8:75 van de Awb tot vergoeding van de proceskosten worden veroordeeld als hij met de intrekking van zijn besluit aan de vreemdeling is tegemoetgekomen. Van tegemoetkomen is geen sprake als een in beroep bestreden besluit is gewijzigd wegens veranderde omstandigheden (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 18 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1816).

3. De staatssecretaris heeft het besluit van 19 december 2018 ingetrokken, omdat de Belgische autoriteiten hem op 25 november 2020 meedeelden dat de vreemdeling op 5 mei 2020 de Belgische nationaliteit heeft gekregen. Dat is een veranderde omstandigheid die zich ten tijde van het besluit van 19 december 2018 niet voordeed. De staatssecretaris is met de intrekking van dat besluit dan ook niet tegemoetgekomen aan de vreemdeling. Daarom bestaat geen aanleiding om hem tot vergoeding van de proceskosten te veroordelen.

4. Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Schippers, griffier. Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. w.g. Schippers griffier Uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2021 551.