Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2020:997 ECLI:NL:RVS:2020:997 AI generated

ECLI:NL:RVS:2020:997 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2020:997
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202002161/1/V3. Datum uitspraak: 8 april 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 27 maart 2020 in zaak nr. NL20.6815 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 14 maart 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. Bij uitspraak van 27 maart 2020 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om aanvullende schadevergoeding afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 106 van de Vw 2000; ECLI:NL:RVS:2020:997 · Raad van State: 202002161/1/V3. Datum uitspraak: 8 april 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 27 maart 2020 in zaak nr. NL20.6815 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 14 maart 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. Bij uitspraak van 27 maart 2020 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om aanvullende schadevergoeding afgewezen.

Keywords

AI generated
artikel 106 van de Vw 2000

Cited Legislation

AI generated
artikel 106 van de Vw 2000
In de uitspraak van de rechtbank heeft zij onder meer beslist op een verzoek om schadevergoeding (artikel 106 van de Vw 2000).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202002161/1/V3. Datum uitspraak: 8 april 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 27 maart 2020 in zaak nr. NL20.6815 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 14 maart 2020 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. Bij uitspraak van 27 maart 2020 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om aanvullende schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A. Bozbey, advocaat te Den Haag, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. In de uitspraak van de rechtbank heeft zij onder meer beslist op een verzoek om schadevergoeding (artikel 106 van de Vw 2000). Omdat de vreemdeling het alleen daarmee oneens is, kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder d, van de Vw 2000).

2. De Afdeling is onbevoegd van het hoger beroep kennis te nemen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Aldus vastgesteld door mr. J.J. van Eck, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier. w.g. Van Eck w.g. Annen lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 8 april 2020 765.