Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2020:763 ECLI:NL:RVS:2020:763 AI generated

ECLI:NL:RVS:2020:763 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2020:763
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201908281/2/A3. Datum beslissing: 18 maart 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Procesverloop [appellant] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van 8 oktober 2019. Het geding betreft een verzoek om kennisneming van stukken op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (hierna: de Wiv 2017). De minister heeft nadere motivering van het besluit van 8 oktober 2019 overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna:

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2020:763 · Raad van State: Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.

Keywords

AI generated
artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht
De minister heeft nadere motivering van het besluit van 8 oktober 2019 overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna:

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201908281/2/A3. Datum beslissing: 18 maart 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Procesverloop [appellant] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van 8 oktober 2019. Het geding betreft een verzoek om kennisneming van stukken op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (hierna: de Wiv 2017). De minister heeft nadere motivering van het besluit van 8 oktober 2019 overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna:

Awb) medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken. Overwegingen 1. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de nadere motivering kennis zal nemen. De minister stelt zich op het standpunt dat beperking van de kennisneming hiervan noodzakelijk is ter bescherming van bronnen en actuele werkwijzen van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst.

2. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.

3. De Afdeling heeft kennis genomen van de nadere motivering en heeft daarbij vastgesteld dat hieruit bronnen en actuele werkwijzen kunnen worden afgeleid. Naar het oordeel van de Afdeling weegt het belang bij beperking van de kennisneming in dit geval zwaarder dan het belang dat [appellant] kennis kan nemen van de nadere motivering.

4. De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek toe; Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. B. Ley-Nell, griffier. w.g. Bijloos w.g. Ley-Nell lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2020