ECLI:NL:RVS:2020:475 · Raad van State
Legislator summary
AI generated202000915/1/V3. Datum uitspraak: 17 februari 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdelingen], mede voor hun minderjarige kind, appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 13 januari 2020 in zaken nrs. NL19.27716 en NL19.27717 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluiten van 9 juli 2019 is aan de vreemdelingen een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd.
Legislator headnote
AI generatedartikel 56 van de Vw 2000; ECLI:NL:RVS:2020:475 · Raad van State: 202000915/1/V3. Datum uitspraak: 17 februari 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdelingen], mede voor hun minderjarige kind, appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 13 januari 2020 in zaken nrs. NL19.27716 en NL19.27717 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluiten van 9 juli 2019 is aan de vreemdelingen een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
202000915/1/V3. Datum uitspraak: 17 februari 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdelingen], mede voor hun minderjarige kind, appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 13 januari 2020 in zaken nrs. NL19.27716 en NL19.27717 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluiten van 9 juli 2019 is aan de vreemdelingen een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd.
Bij uitspraak van 13 januari 2020 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. D.W.M. van Erp, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. De uitspraak van de rechtbank gaat over een vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 56 van de Vw 2000). Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000). Dat onder de uitspraak ten onrechte staat dat wel hoger beroep kan worden ingesteld, verandert dat niet.
2. De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier. w.g. Steendijk w.g. Annen lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 17 februari 2020 765.