Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2020:320 ECLI:NL:RVS:2020:320 AI generated

ECLI:NL:RVS:2020:320 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2020:320
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201906884/1/V1. Datum uitspraak: 31 januari 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 15 augustus 2019 in zaken nrs. NL19.15309 en NL19/5103 in het geding tussen: de vreemdeling en 1. het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: het COa), 2. de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 30 juni 2019 heeft het COa de vreemdeling overgeplaatst naar de Extra Begeleidings- en Toezichtlocatie te Hoogeveen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 56 van de Vw 2000; ECLI:NL:RVS:2020:320 · Raad van State: 201906884/1/V1. Datum uitspraak: 31 januari 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 15 augustus 2019 in zaken nrs. NL19.15309 en NL19/5103 in het geding tussen: de vreemdeling en 1. het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: het COa), 2. de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 30 juni 2019 heeft het COa de vreemdeling overgeplaatst naar de Extra Begeleidings- en Toezichtlocatie te Hoogeveen.

Keywords

AI generated
artikel 56 van de Vw 2000

Cited Legislation

AI generated
artikel 56 van de Vw 2000
De uitspraak van de rechtbank gaat over een vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 56 van de Vw 2000).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201906884/1/V1. Datum uitspraak: 31 januari 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 15 augustus 2019 in zaken nrs. NL19.15309 en NL19/5103 in het geding tussen: de vreemdeling en 1. het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: het COa), 2. de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 30 juni 2019 heeft het COa de vreemdeling overgeplaatst naar de Extra Begeleidings- en Toezichtlocatie te Hoogeveen.

Bij besluit van 1 juli 2019 heeft de staatssecretaris de vreemdeling een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 15 augustus 2019 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdeling ingestelde beroepen gegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. L.J. Meijering, advocaat te Assen, hoger beroep ingesteld. Overwegingen Het hoger beroep met betrekking tot de zaak van het overplaatsingsbesluit 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd.

De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt in zoverre bevestigd. Het COa hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het hoger beroep met betrekking tot de zaak van de vrijheidsbeperkende maatregel 3. De uitspraak van de rechtbank gaat over een vrijheidsbeperkende maatregel (artikel 56 van de Vw 2000). Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000).

4. Wat de vreemdeling in hoger beroep aanvoert, is geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Het verbod op hoger beroep kan alleen worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest. Dit doet zich hier niet voor.

5. De Afdeling is in zoverre onbevoegd van het hoger beroep kennis te nemen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. bevestigt de aangevallen uitspraak in de zaak van het besluit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers; II. verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep in de zaak van het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid kennis te nemen. Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H.W. Groeneweg, griffier. w.g. Troostwijk w.g. Groeneweg lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2020 32.