Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2020:2450 ECLI:NL:RVS:2020:2450 AI generated

ECLI:NL:RVS:2020:2450 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2020:2450
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

202005105/2/V1. Datum uitspraak: 15 oktober 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], verzoekster, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 15 september 2020 in zaak nr. NL20.12454 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2020:2450 · Raad van State: 202005105/2/V1. Datum uitspraak: 15 oktober 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], verzoekster, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 15 september 2020 in zaak nr. NL20.12454 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

202005105/2/V1. Datum uitspraak: 15 oktober 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [de vreemdeling], verzoekster, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 15 september 2020 in zaak nr. NL20.12454 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop Bij besluit van 12 juni 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 15 september 2020 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag heeft de Afdeling op het hoger beroep van de vreemdeling beslist.

Daarom wordt geen voorlopige voorziening getroffen.

2. Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. B.G.M. Laarhoven, griffier. De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. w.g. aarhoven griffier Uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2020 392.