Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2020:1940 ECLI:NL:RVS:2020:1940 AI generated

ECLI:NL:RVS:2020:1940 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2020:1940
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201905226/1/V2. Datum uitspraak: 12 augustus 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 4 juli 2019 in zaak nr. NL19.12803 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 28 mei 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2020:1940 · Raad van State: De staatssecretaris heeft de aanvraag buiten behandeling gesteld omdat hij de gestelde gerichtheid al in een eerdere procedure heeft beoordeeld als ongeloofwaardig en uit de aanvraag niet blijkt waarom hij daarover nu een ander standpunt zou moeten innemen. De vreemdeling heeft dus volgens de staatssecretaris geen volledige aanvraag ingediend. Deze uitspraak gaat over de vraag welke eisen de staatssecretaris kan stellen aan de informatie die een vreemdeling in het kader van zijn opvolgende aanvraag moet geven.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2019:574
de vreemdeling heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken over de elementen ter staving van zijn aanvraag, bedoeld in artikel 31, tweede en derde lid, Vw; […] Ad 1 Hierbij kan gedacht worden aan het niet reageren op nadere (schriftelijke) vragen. […] Kennisgevingsformulier model M35-O […] 3 Reden(en) voor het opnieuw indienen van een asielaanvraag > Kruis aan welke situatie(s) van toepassing is/zijn. Voeg de gevraagde toelichting(en) bij het formulier op een apart vel papier. Jurisprudentie • Stuur de betreffende uitspraak mee • Geef aan waarom deze uitspraak ook op u van toepassing is Gewijzigd beleid • Specifieke verwijzing naar de betreffende beleidswijziging (brief aan de Tweede Kamer, Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire of anderszins) • Geef aan waarom deze beleidswijziging ook op u van toepassing is Nieuwe documenten/bewijsmiddelen • Stuur het betreffende document/bewijsmiddel mee (origineel inclusief vertaling) • Geef aan hoe u in het bezit bent gekomen van dit document/bewijsmiddel • Geef aan wanneer u in het bezit bent gekomen van dit document/bewijsmiddel • Geef aan waarom u het document/bewijsmiddel niet eerder hebt ingediend • Geef aan op welke wijze dit document/bewijsmiddel op u van toepassing is en waarom dit voor u reden is om opnieuw een asielaanvraag te willen indienen Nieuwe gebeurtenis/informatie • Geef aan welke nieuwe informatie u hebt verkregen en wanneer • Geef aan welke nieuwe gebeurtenis zich heeft voorgedaan en wanneer • Stuur eventuele bewijsmiddelen mee om de nieuwe informatie of nieuwe gebeurtenis te onderbouwen (origineel inclusief vertaling) • Geef aan waarom u deze informatie/gebeurtenis niet eerder naar voren hebt gebracht • Geef aan waarom deze informatie/gebeurtenis op u van toepassing is en waarom dit voor u reden is om opnieuw een asielaanvraag te willen indienen […]

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201905226/1/V2. Datum uitspraak: 12 augustus 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 4 juli 2019 in zaak nr. NL19.12803 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 28 mei 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

Bij uitspraak van 4 juli 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. C.T.W. van Dijk, advocaat te Utrecht, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Overwegingen 1. De vreemdeling heeft met een kennisgevingsformulier een opvolgende aanvraag ingediend waarin hij stelt dat hij wegens zijn homoseksuele gerichtheid gevaar loopt in Irak.

De staatssecretaris heeft de aanvraag buiten behandeling gesteld omdat hij de gestelde gerichtheid al in een eerdere procedure heeft beoordeeld als ongeloofwaardig en uit de aanvraag niet blijkt waarom hij daarover nu een ander standpunt zou moeten innemen. De vreemdeling heeft dus volgens de staatssecretaris geen volledige aanvraag ingediend. Deze uitspraak gaat over de vraag welke eisen de staatssecretaris kan stellen aan de informatie die een vreemdeling in het kader van zijn opvolgende aanvraag moet geven.

2. De staatssecretaris klaagt in de grief dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij de asielaanvraag van de vreemdeling ten onrechte buiten behandeling heeft gesteld. 2.1. Zoals in de uitspraak van de Afdeling van 21 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:574, onder 4.1 en 4.4) staat, kiest een vreemdeling zelf het moment waarop hij een opvolgende asielaanvraag indient. Daarbij is hij verplicht om volledig te zijn, om zo een efficiënte behandeling mogelijk te maken. Als hij die informatie niet geeft, heeft de staatssecretaris de bevoegdheid de asielaanvraag buiten behandeling te stellen, maar dan moet een vreemdeling wel de mogelijkheid krijgen om zijn aanvraag binnen een door de staatssecretaris te stellen termijn aan te vullen. 2.2.

De vreemdeling heeft aan zijn aanvraag ten grondslag gelegd dat er nieuw beleid is, te weten de WI 2018/9, aan de hand waarvan de geloofwaardigheid van zijn gestelde gerichtheid opnieuw moet worden beoordeeld. Nadat de staatssecretaris hem in het voornemen had meegedeeld dat de aanvraag onvoldoende informatie bevatte om in behandeling te nemen, heeft de vreemdeling bij zienswijze toegelicht dat onder het nieuwe beleid niet meer van hem mag worden verlangd dat hij kan verklaren over een proces van bewustwording en zelfacceptatie. Hij voegt daaraan toe: "Dat betekent dat u wellicht tot heel andere inzichten komt indien u hem nu een gehoor aanbiedt dat niet van stereotypen uitgaat". 2.3.

Anders dan de rechtbank heeft overwogen, heeft de staatssecretaris zich terecht op het standpunt gesteld dat de aanvraag onvolledig is en daarom buiten behandeling gesteld mocht worden. Uit de aanvraag en de toelichting daarop blijkt immers niet waarom de gestelde wijziging in de beoordelingswijze van LHBTI-gerichtheid in de concrete situatie van de vreemdeling zou leiden tot een andere kijk op de zaak. Alleen verwijzen naar nieuw beleid is onvoldoende. De vreemdeling had dus in dit geval moeten uitleggen welke concrete gevolgen de nieuwe beoordelingswijze heeft voor de geloofwaardigheid van zijn verklaringen uit de vorige procedure. 2.4.

De grief slaagt.

3. Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Omdat er geen beroepsgronden zijn die de rechtbank niet heeft besproken, is het beroep alsnog ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het hoger beroep gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 4 juli 2019 in zaak nr. NL19.12803; III. verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. H. Troostwijk en mr. D.A. Verburg, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.E.E. Wolff, griffier. w.g. Verheij w.g. Wolff voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2020 309-894.