Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2020:161 ECLI:NL:RVS:2020:161 AI generated

ECLI:NL:RVS:2020:161 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2020:161
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201908108/2/R3. Datum uitspraak: 17 januari 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoeker A] en [verzoeker B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker]), wonend te Makkinga, gemeente Ooststellingwerf, verzoekers, en de raad van de gemeente Ooststellingwerf, verweerder. Openbare zitting gehouden op 17 januari 2020 om 14:00 uur.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2020:161 · Raad van State: 201908108/2/R3. Datum uitspraak: 17 januari 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoeker A] en [verzoeker B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker]), wonend te Makkinga, gemeente Ooststellingwerf, verzoekers, en de raad van de gemeente Ooststellingwerf, verweerder. Openbare zitting gehouden op 17 januari 2020 om 14:00 uur.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201908108/2/R3. Datum uitspraak: 17 januari 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoeker A] en [verzoeker B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker]), wonend te Makkinga, gemeente Ooststellingwerf, verzoekers, en de raad van de gemeente Ooststellingwerf, verweerder. Openbare zitting gehouden op 17 januari 2020 om 14:00 uur.

Tegenwoordig: Staatsraad mr. E.A. Minderhoud, voorzieningenrechter griffier: mr. J.J.M.A. Poppelaars Verschenen: - [verzoeker A] en [verzoeker B], bijgestaan door mr. drs. C.R. Jansen, werkzaam bij Achmea Rechtsbijstand; - de raad, vertegenwoordigd door mr. M.A.A. Soppe, advocaat te Almelo en drs. ing. P.W. Rienstra; - MSV De Prikkedam, vertegenwoordigd door [gemachtigden], bijgestaan door mr. M.A. Jansen, advocaat te Heerenveen. Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van 7 oktober 2019, waarbij het bestemmingsplan "Motorcrossterrein De Prikkedam" is vastgesteld. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Daartoe overweegt hij het volgende. Het vereiste spoedeisende belang voor het treffen van een voorlopige voorziening ontbreekt, omdat inwerkingtreding van het plan geen onomkeerbare gevolgen zal hebben. Er zullen zich geen onomkeerbare gevolgen voordoen als gevolg van bouwen. Er wordt weliswaar een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van twee geluidschermen, maar de voorzieningenrechter volgt het standpunt van de raad dat die ook kan worden verleend zonder inwerkingtreding van het plan.

Voorts acht de voorzieningenrechter van belang dat MSV De Prikkedam op 7 januari 2020 schriftelijk heeft toegezegd dat geen aanvragen om omgevingsvergunning ter verwezenlijking van de gebruiks- en bouwmogelijkheden uit het bestemmingsplan "Motorcrossterrein De Prikkedam" zullen worden ingediend totdat op het beroep van [verzoeker] in de hoofdzaak is beslist. Verder overweegt de voorzieningenrechter dat geen sprake is van een gebruiksverandering die onomkeerbare gevolgen heeft. De voorzieningenrechter verwijst hierbij naar de vaste jurisprudentie van de voorzieningenrechter, zoals ook genoemd door de raad (bijvoorbeeld de uitspraak van 9 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2015:672), inhoudende dat een gebruikswijziging geen reden is voor schorsing van het bestemmingsplan, tenzij dit gebruik gepaard gaat met feitelijk onomkeerbare gevolgen.

Voor zover het bestaande feitelijke gebruik al verandert, is de voorzieningenrechter er niet van overtuigd dat dat ten nadele is van verzoekers. Tot slot overweegt de voorzieningenrechter dat hij niet kan beslissen op het ter zitting gedane verzoek tot inschakeling van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB), maar dat verzoekers dit verzoek desgewenst in de hoofdzaak kunnen indienen. w.g. Minderhoud w.g. Poppelaars voorzieningenrechter griffier 780.