Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2020:1448 ECLI:NL:RVS:2020:1448 AI generated

ECLI:NL:RVS:2020:1448 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2020:1448
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201900091/1/V3. Datum uitspraak: 24 juni 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 5 december 2018 in zaak nr. 17/13798 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 6 juni 2017 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat haar uitzetting achterwege blijft, afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 64 van de Vw 2000, artikel 8:75 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2020:1448 · Raad van State: In de derde grief klaagt de vreemdeling dat de rechtbank de staatssecretaris ten onrechte niet heeft veroordeeld tot vergoeding van de kosten die zij heeft gemaakt voor het laten opstellen van de psychodiagnostische rapportage van 1 februari 2018, omdat die rapportage volgens de rechtbank onvoldoende was om de inhoudelijke juistheid van het BMA-advies van 2 juni 2017 te betwisten. Volgens de vreemdeling heeft de rechtbank hiermee gehandeld in strijd met artikel 8:75 van de Awb, gelezen in verbinding met artikel 1, aanhef en onder b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Keywords

AI generated
artikel 64 van de Vw 2000 artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 64 van de Vw 2000
Procesverloop Bij besluit van 6 juni 2017 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat haar uitzetting achterwege blijft, afgewezen.
artikel 8:75 van de Awb
Volgens de vreemdeling heeft de rechtbank hiermee gehandeld in strijd met artikel 8:75 van de Awb, gelezen in verbinding met artikel 1, aanhef en onder b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2018:4314
201803891/1/V1. Datum uitspraak: 27 december 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 9 april 2018 in zaak nr. 17/16215 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 2 oktober 2017 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft, afgewezen.
ECLI:NL:RVS:2014:2162
201203860/6/A2. Datum uitspraak: 18 juni 2014 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante A], gevestigd te Rotterdam (rechtsopvolger van [appellante B], gevestigd te [plaats]; beide hierna ook aan te duiden met [appellante]), tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 9 maart 2012 in zaak nr. 11/2286 in het geding tussen: [appellante] en de minister van Infrastructuur en Milieu (voorheen: de minister van Verkeer en Waterstaat, hierna: de minister). Procesverloop Bij besluit van 9 juli 2009 heeft de minister een verzoek van [appellante] om vergoeding van nadeel als gevolg van het afsluiten van de Hollandse Brug voor vrachtverkeer afgewezen.
ECLI:NL:RVS:2018:380
201602182/2/A2. Datum uitspraak: 7 februari 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te Zwartsluis, gemeente Zwartewaterland, tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 17 februari 2016 in zaak nr. 15/2150 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Zwartewaterland. Procesverloop Bij tussenuitspraak van 16 augustus 2017 (hierna: de tussenuitspraak) heeft de Afdeling het college opgedragen om binnen acht weken na verzending van haar uitspraak, met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen, een besluit te nemen over de planschade die [appellant] als gevolg van het bestemmingsplan "Zomerdijk" lijdt en het in dit opzicht aan zijn besluit van 18 augustus 2015 klevende gebrek te herstellen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201900091/1/V3. Datum uitspraak: 24 juni 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 5 december 2018 in zaak nr. 17/13798 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 6 juni 2017 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat haar uitzetting achterwege blijft, afgewezen.

Bij besluit van 24 juli 2017 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 5 december 2018 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. G. van Reemst, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1.

Deze uitspraak gaat over de vraag of de vreemdeling recht heeft op vergoeding van de kosten van een door haar in beroep overgelegde psychodiagnostische rapportage.

2. De eerste grief leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat deze grief geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

3. De in de tweede grief opgeworpen rechtsvraag over de medische gevolgen van de uitzetting zelf, heeft de Afdeling beantwoord in de uitspraak van 27 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4314. Uit de overwegingen 6.2. en 6.3. van die uitspraak volgt dat de grief slaagt. Dit betekent dat de staatssecretaris de mogelijke medische gevolgen van een uitzetting voor de vreemdeling alsnog bij zijn nieuwe besluitvorming moet betrekken.

4. In de derde grief klaagt de vreemdeling dat de rechtbank de staatssecretaris ten onrechte niet heeft veroordeeld tot vergoeding van de kosten die zij heeft gemaakt voor het laten opstellen van de psychodiagnostische rapportage van 1 februari 2018, omdat die rapportage volgens de rechtbank onvoldoende was om de inhoudelijke juistheid van het BMA-advies van 2 juni 2017 te betwisten. Volgens de vreemdeling heeft de rechtbank hiermee gehandeld in strijd met artikel 8:75 van de Awb, gelezen in verbinding met artikel 1, aanhef en onder b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Zij verwijst naar de uitspraken van de Afdeling van 18 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2162, en 7 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:380 en betoogt dat de kosten van de rapportage wel degelijk voor vergoeding in aanmerking komen. 4.1. De vreemdeling klaagt terecht dat de rechtbank niet heeft onderkend dat voor de vergoeding van de kosten van de door een psycholoog opgemaakte psychodiagnostische rapportage niet is vereist dat die rapportage zelf heeft bijgedragen aan het uiteindelijke oordeel van de rechtbank. Niet in geschil is dat de door de vreemdeling overgelegde rapportage is opgesteld door een deskundige als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

In de hiervoor genoemde uitspraak van 18 juni 2014, onder 8.1., heeft de Afdeling overwogen dat de kosten van een deskundige op de voet van artikel 8:75 van de Awb voor vergoeding in aanmerking komen als het inroepen van die deskundige redelijk was en de deskundigenkosten zelf redelijk zijn. De rechtbank heeft in deze zaak ten onrechte niet getoetst of aan die criteria is voldaan, maar de proceskostenveroordeling op dit punt laten afhangen van de vraag of de ingebrachte deskundigenrapportage zélf tot een gegrond beroep heeft geleid. 4.2. In de uitspraak van 18 juni 2014 heeft de Afdeling meer in het bijzonder overwogen dat, om te bepalen of het inroepen van een niet-juridisch deskundige redelijk is, in het algemeen als maatstaf kan worden gehanteerd of degene die deze deskundige heeft ingeroepen, gezien de feiten en omstandigheden zoals die bestonden ten tijde van de inroeping, ervan mocht uitgaan dat de deskundige een relevante bijdrage zou leveren aan een voor hem gunstige beantwoording door de rechter van een voor de uitkomst van het geschil mogelijk relevante vraag.

Aan dat criterium is in dit geval voldaan. De vreemdeling heeft de psychodiagnostische rapportage laten opstellen om met een contra-expertise inhoudelijk te reageren op het BMA-advies van 2 juni 2017 dat de staatssecretaris had laten opstellen. 4.3. Uit de door de vreemdeling overgelegde factuur blijkt dat ExpatPsy voor de psychodiagnostische rapportage € 1500,00 in rekening heeft gebracht. 4.3.1. Ingevolge artikel 8:75, eerste lid, van de Awb, gelezen in verbinding met artikel 7:15, vierde lid, van de Awb en artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, wordt het uurtarief voor deskundigenonderzoek forfaitair bepaald overeenkomstig de Wet tarieven in strafzaken.

Ingevolge artikel 3, eerste en tweede lid, van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 gold ten tijde van de uitspraak van de rechtbank voor het verrichten van psychologisch onderzoek een tarief van ten hoogste € 94,12 per uur en kwam voor het verrichten van dergelijk onderzoek bij een volwassene en het opstellen van een rapportage ten hoogste achttien uur voor vergoeding in aanmerking. 4.3.2. In de psychodiagnostische rapportage staat dat de vreemdeling driemaal is onderzocht, in aanwezigheid van een tolk. Die onderzoeken hebben in totaal vijf uur geduurd.

Ook heeft de onderzoeker kennis genomen van het asieldossier van de vreemdeling en informatie verzameld via de pleegmoeder van de vreemdeling en haar mentoren op school. Verder heeft hij navraag gedaan bij haar huisarts en haar waarnemend behandelaar, een psycholoog van I-psy, en heeft hij informatie van haar voormalige voogd bij zijn onderzoek betrokken. De rapportage die hij vervolgens heeft opgesteld, telt op papier vijf pagina's. Het bedrag van € 1500,00 is in het licht van deze werkzaamheden redelijk en overschrijdt de onder 4.3.1. beschreven norm niet. 4.4.

Omdat het inroepen van de deskundige in dit geval dus redelijk was en de deskundigenkosten zelf redelijk zijn, heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat de kosten van de psychodiagnostische rapportage niet voor vergoeding in aanmerking komen. De grief slaagt. 4.5. Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, voor zover zij daarin heeft geoordeeld dat de staatssecretaris de kosten van de psychodiagnostische rapportage van 1 februari 2018 niet hoefde te vergoeden. De staatssecretaris moet de proceskosten wel vergoeden.

Dat de tweede grief slaagt, leidt op zichzelf niet tot een aanvullend oordeel, omdat de rechtbank het besluit van 24 juli 2017 al heeft vernietigd en de staatssecretaris al heeft opgedragen om een nieuw besluit op het door de vreemdeling gemaakte bezwaar te nemen. Bij zijn nieuwe besluit moet de staatssecretaris niet alleen dat oordeel van de rechtbank, maar ook het oordeel van de Afdeling onder 3. van deze uitspraak betrekken. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het hoger beroep gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 5 december 2018 in zaak nr. 17/13798, voor zover de rechtbank daarin heeft geoordeeld dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de kosten van de psychodiagnostische rapportage van 1 februari 2018 niet hoeft te vergoeden;

III. veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2025,00 (zegge: tweeduizendvijfentwintig euro), waarvan € 525,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. J.J. van Eck, voorzitter, en mr. D.A. Verburg en mr. A. Kuijer, leden, in tegenwoordigheid van M.E. van Laar LLM, griffier. w.g. Van Eck w.g. Van Laar voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2020 551.