ECLI:NL:RVS:2020:131 · Raad van State
Legislator summary
AI generated202000202/1/V3. Datum uitspraak: 16 januari 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 30 december 2019 in zaak nr. NL19.31207 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 19 december 2019 heeft de staatssecretaris de vreemdeling medegedeeld dat hij aan Roemenië zal worden overgedragen.
Legislator headnote
AI generatedartikel 85 van de Vw 2000; ECLI:NL:RVS:2020:131 · Raad van State: 202000202/1/V3. Datum uitspraak: 16 januari 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 30 december 2019 in zaak nr. NL19.31207 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 19 december 2019 heeft de staatssecretaris de vreemdeling medegedeeld dat hij aan Roemenië zal worden overgedragen.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
202000202/1/V3. Datum uitspraak: 16 januari 2020 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 30 december 2019 in zaak nr. NL19.31207 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 19 december 2019 heeft de staatssecretaris de vreemdeling medegedeeld dat hij aan Roemenië zal worden overgedragen.
Bij mondelinge uitspraak van 30 december 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.K. Bhadai, advocaat te Den Haag, hoger beroep ingesteld. Overwegingen 1. Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier. w.g. Verheij w.g. Vos lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2020 644.