Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2019:910 ECLI:NL:RVS:2019:910 AI generated

ECLI:NL:RVS:2019:910 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2019:910
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201805731/2/A2, 201805732/2/A2, 201805733/2/A2, 201805734/2/A2 en 201808115/2/A2. Datum beslissing: 26 maart 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van: [appellante], wonend te [woonplaats], appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 29 mei 2018 in zaak nr. 17/4012 in het geding tussen: [appellante] en Belastingdienst/Toeslagen. Procesverloop [appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 29 mei 2018 in zaak nr. 17/4012.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2019:910 · Raad van State: Datum beslissing: 26 maart 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van: [appellante], wonend te [woonplaats], appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 29 mei 2018 in zaak nr. 17/4012 in het geding tussen: [appellante] en Belastingdienst/Toeslagen. Procesverloop [appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 29 mei 2018 in zaak nr. 17/4012.

Keywords

AI generated
artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht
Belastingdienst/Toeslagen heeft een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201805731/2/A2, 201805732/2/A2, 201805733/2/A2, 201805734/2/A2 en 201808115/2/A2. Datum beslissing: 26 maart 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van: [appellante], wonend te [woonplaats], appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 29 mei 2018 in zaak nr. 17/4012 in het geding tussen: [appellante] en Belastingdienst/Toeslagen. Procesverloop [appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 29 mei 2018 in zaak nr. 17/4012.

Belastingdienst/Toeslagen heeft een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken. Het betreft de volgende stukken: Details inkomstenverhouding van [partner] over 2015; Details inkomensverhouding van [partner] over 2016. Overwegingen 1. Belastingdienst/Toeslagen heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen.

2. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.

3. Naar het oordeel van de Afdeling weegt het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van [partner] zwaarder dan het belang dat [appellante] kennis kan nemen van de stukken. De stukken bevatten de bij de belastingdienst bekende inkomensgegevens van [partner] over de jaren 2015 en 2016. De belastingdienst verstrekt dergelijke gegevens in verband met de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de belastingplichtige niet aan derden. De Afdeling acht dit beleid van de belastingdienst niet onredelijk. Hoewel [appellante] en [partner] gehuwd zijn, leven zij volgens [appellante] al geruime tijd gescheiden. [appellante] valt daarom te beschouwen als een derde in de zin van het hiervoor weergegeven beleid van de belastingdienst.

4. De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek toe; Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. H. Oranje, griffier. w.g. Daalder w.g. Oranje lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 26 maart 2019