Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2019:843 ECLI:NL:RVS:2019:843 AI generated

ECLI:NL:RVS:2019:843 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2019:843
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201900906/1/V3. Datum uitspraak: 18 maart 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 23 januari 2019 in zaak nr. NL18.25006 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 21 december 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2019:843 · Raad van State: 201900906/1/V3. Datum uitspraak: 18 maart 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 23 januari 2019 in zaak nr. NL18.25006 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 21 december 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2019:574
de vreemdeling heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken over de elementen ter staving van zijn aanvraag, bedoeld in artikel 31, tweede en derde lid, Vw; […] Ad 1 Hierbij kan gedacht worden aan het niet reageren op nadere (schriftelijke) vragen. […] Kennisgevingsformulier model M35-O […] 3 Reden(en) voor het opnieuw indienen van een asielaanvraag > Kruis aan welke situatie(s) van toepassing is/zijn. Voeg de gevraagde toelichting(en) bij het formulier op een apart vel papier. Jurisprudentie • Stuur de betreffende uitspraak mee • Geef aan waarom deze uitspraak ook op u van toepassing is Gewijzigd beleid • Specifieke verwijzing naar de betreffende beleidswijziging (brief aan de Tweede Kamer, Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire of anderszins) • Geef aan waarom deze beleidswijziging ook op u van toepassing is Nieuwe documenten/bewijsmiddelen • Stuur het betreffende document/bewijsmiddel mee (origineel inclusief vertaling) • Geef aan hoe u in het bezit bent gekomen van dit document/bewijsmiddel • Geef aan wanneer u in het bezit bent gekomen van dit document/bewijsmiddel • Geef aan waarom u het document/bewijsmiddel niet eerder hebt ingediend • Geef aan op welke wijze dit document/bewijsmiddel op u van toepassing is en waarom dit voor u reden is om opnieuw een asielaanvraag te willen indienen Nieuwe gebeurtenis/informatie • Geef aan welke nieuwe informatie u hebt verkregen en wanneer • Geef aan welke nieuwe gebeurtenis zich heeft voorgedaan en wanneer • Stuur eventuele bewijsmiddelen mee om de nieuwe informatie of nieuwe gebeurtenis te onderbouwen (origineel inclusief vertaling) • Geef aan waarom u deze informatie/gebeurtenis niet eerder naar voren hebt gebracht • Geef aan waarom deze informatie/gebeurtenis op u van toepassing is en waarom dit voor u reden is om opnieuw een asielaanvraag te willen indienen […]

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201900906/1/V3. Datum uitspraak: 18 maart 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 23 januari 2019 in zaak nr. NL18.25006 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 21 december 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

Bij uitspraak van 23 januari 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. De vreemdeling, vertegenwoordigd door mw. mr. C.M. Suurmeijer-Wawoe, advocaat te Utrecht, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. De staatssecretaris klaagt in zijn enige grief dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij de opvolgende asielaanvraag van de vreemdeling in strijd met artikel 28 van de Procedurerichtlijn, artikel 30c, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, artikel 3.45b van het Voorschrift Vreemdelingen en paragraaf C2/8 van de Vreemdelingencirculaire buiten behandeling heeft gesteld.

De staatssecretaris voert aan dat de vreemdeling, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, wel twee keer heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn aanvraag.

2. De in deze grief opgeworpen rechtsvraag heeft de Afdeling bij uitspraak van 21 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:574, reeds beantwoord. Uit die uitspraak volgt dat de klacht terecht is voorgedragen. De rechtbank heeft niet onderkend dat de vreemdeling heeft nagelaten te voldoen aan het in het model M35-O, waarmee de vreemdeling zijn opvolgende asielaanvraag heeft ingediend, vermelde informatieverzoek en evenmin aan het verzoek om informatie dat de staatssecretaris heeft gedaan in zijn voornemen van 13 december 2018. Dit leidt ertoe dat de staatssecretaris de opvolgende asielaanvraag van de vreemdeling terecht buiten behandeling heeft gesteld.

3. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen zal de Afdeling het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond verklaren.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het hoger beroep gegrond; II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 23 januari 2019 in zaak nr. NL18.25006; III. verklaart het door de vreemdeling bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier. w.g. Troostwijk w.g. Van Meurs-Heuvel lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2019 47.