Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2019:745 ECLI:NL:RVS:2019:745 AI generated

ECLI:NL:RVS:2019:745 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2019:745
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201804959/1/V2. Datum uitspraak: 6 maart 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kind, en [vreemdeling 3], verzoekers, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb). Procesverloop De vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. P.L.M. Stieger, advocaat te 's-Hertogenbosch, hebben op 13 juni 2018 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 30 mei 2018 in zaken nrs.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75a van de Awb; ECLI:NL:RVS:2019:745 · Raad van State: 201804959/1/V2. Datum uitspraak: 6 maart 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kind, en [vreemdeling 3], verzoekers, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb). Procesverloop De vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. P.L.M. Stieger, advocaat te 's-Hertogenbosch, hebben op 13 juni 2018 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 30 mei 2018 in zaken nrs.

Keywords

AI generated
artikel 8:75a van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75a van de Awb

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201804959/1/V2. Datum uitspraak: 6 maart 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kind, en [vreemdeling 3], verzoekers, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb). Procesverloop De vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. P.L.M. Stieger, advocaat te 's-Hertogenbosch, hebben op 13 juni 2018 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 30 mei 2018 in zaken nrs.

NL17.7529, NL17.7530 en NL17.7531. Bij brief 26 juli 2018 hebben de vreemdelingen het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen in de bij haar opgekomen proceskosten. Bij brief van 11 januari 2019 heeft de staatssecretaris op dat verzoek gereageerd. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. De vreemdelingen hebben het hoger beroep ingetrokken nadat de staatssecretaris hen alsnog een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend. Hiermee is de staatssecretaris, anders dan hij stelt in zijn brief van 11 januari 2019, de vreemdelingen tegemoetgekomen als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb.

2. Het verzoek dient als kennelijk gegrond op na te melden wijze te worden toegewezen. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdelingen in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 512,00 (zegge: vijfhonderdtwaalf euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Yildiz, griffier. w.g. Steendijk w.g. Yildiz lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2019 594.