Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2019:446 ECLI:NL:RVS:2019:446 AI generated

ECLI:NL:RVS:2019:446 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2019:446
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201802687/3/A1. Datum beslissing: 13 februari 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het hoger beroep van: [appellant], wonend te Moordrecht, gemeente Zuidplas, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag (hierna: de rechtbank) van 8 maart 2018 in zaak nrs. 17/8354 en 17/8370 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas. Procesverloop [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 8 maart 2018 in zaak nrs. 17/8354 en 17/8370.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:29 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2019:446 · Raad van State: 201802687/3/A1. Datum beslissing: 13 februari 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het hoger beroep van: [appellant], wonend te Moordrecht, gemeente Zuidplas, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag (hierna: de rechtbank) van 8 maart 2018 in zaak nrs. 17/8354 en 17/8370 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas. Procesverloop [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 8 maart 2018 in zaak nrs. 17/8354 en 17/8370.

Keywords

AI generated
artikel 8:29 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:29 van de Awb
Het college heeft op verzoek van de Afdeling een gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201802687/3/A1. Datum beslissing: 13 februari 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het hoger beroep van: [appellant], wonend te Moordrecht, gemeente Zuidplas, tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag (hierna: de rechtbank) van 8 maart 2018 in zaak nrs. 17/8354 en 17/8370 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas. Procesverloop [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 8 maart 2018 in zaak nrs. 17/8354 en 17/8370.

Het college heeft op verzoek van de Afdeling een gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken. Het betreft het advies van de Commissie Brand over het maatwerkverzoek van [belanghebbende]. Overwegingen 1. Het college heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van het stuk kennis zal nemen.

2. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.

3. Het vertrouwelijk overgelegde stuk bevat informatie over de persoonlijke omstandigheden van [belanghebbende], waaronder medische gegevens, die geen partij zijn bij deze procedure. Het college heeft aan verzoekers om een maatwerkoplossing toegezegd dat de persoonlijke omstandigheden die een rol spelen bij de beoordeling van de verzoeken door de Commissie Brand niet bekend worden gemaakt vanwege de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van deze betrokkenen. Naar het oordeel van de Afdeling weegt het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van [belanghebbende] zwaarder dan het belang van [appellant] bij kennisneming van het stuk. [appellant] heeft overigens ter zitting van de Afdeling in deze zaak aangegeven er geen bezwaar tegen te hebben dat alleen de Afdeling van het advies over het maatwerkverzoek kennisneemt, net zoals alleen de rechtbank van het stuk heeft kennisgenomen.

4. De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek toe. Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. L.C.M. Smulders-Wijgerde, griffier. w.g. Daalder w.g. Smulders-Wijgerde lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2019