Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2019:4025 ECLI:NL:RVS:2019:4025 AI generated

ECLI:NL:RVS:2019:4025 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2019:4025
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201801850/7/R2. Datum uitspraak: 25 november 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellant], wonend te Deurne, appellant, en de raad van de gemeente Deurne, verweerder. Openbare zitting gehouden op 25 november 2019 om 10:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. E.A. Minderhoud voorzitter griffier: mr. J.V. Vreugdenhil Verschenen: [appellant], bijgestaan door mr. L.A. Pronk, advocaat te Deurne; De raad, vertegenwoordigd door mr. C.G.M. Claessens en mr.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2019:4025 · Raad van State: 201801850/7/R2. Datum uitspraak: 25 november 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellant], wonend te Deurne, appellant, en de raad van de gemeente Deurne, verweerder. Openbare zitting gehouden op 25 november 2019 om 10:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. E.A. Minderhoud voorzitter griffier: mr. J.V. Vreugdenhil Verschenen: [appellant], bijgestaan door mr. L.A. Pronk, advocaat te Deurne; De raad, vertegenwoordigd door mr. C.G.M. Claessens en mr.

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum uitspraak: 25 november 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellant], wonend te Deurne, appellant, en de raad van de gemeente Deurne, verweerder.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201801850/7/R2. Datum uitspraak: 25 november 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellant], wonend te Deurne, appellant, en de raad van de gemeente Deurne, verweerder. Openbare zitting gehouden op 25 november 2019 om 10:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. E.A. Minderhoud voorzitter griffier: mr. J.V. Vreugdenhil Verschenen: [appellant], bijgestaan door mr. L.A. Pronk, advocaat te Deurne; De raad, vertegenwoordigd door mr. C.G.M. Claessens en mr.

C.C. van Vliet. Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van 19 december 2017, waarbij het bestemmingsplan "Derde herziening bestemmingsplan Buitengebied" is vastgesteld, omdat volgens [appellant] een loods en stal die op zijn perceel aan de [locatie] te Deurne in aanbouw zijn door de raad ten onrechte niet in het plan als zodanig zijn bestemd. De Afdeling verklaart het beroep van [appellant] ongegrond. Daartoe overweegt zij het volgende. Tijdens de zitting heeft [appellant] de beroepsgrond over de verkeersbestemming ingetrokken. Wat betreft de door [appellant] gewenste vergroting van zijn agrarische bouwvlak, zodat een in aanbouw zijnde loods en stal daarbinnen komen te liggen, overweegt de Afdeling dat de raad zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat daarvoor op grond van geldende planregels een ruimtelijke onderbouwing van de landschappelijke inpassing is vereist en zolang die onderbouwing niet door [appellant] is aangeleverd, geen planologische medewerking kan worden verleend aan zijn verzoek om vergroting van zijn bouwvlak.

Voor zover [appellant] een vormverandering van zijn agrarische bouwvlak wenst om dezelfde reden, overweegt de Afdeling dat ten tijde van de vaststelling van het plan die gewenste vormverandering onvoldoende concreet was. [appellant] had op dat moment niet kenbaar gemaakt aan de raad op welke wijze de vorm van zijn bouwvlak zou moeten worden aangepast. De raad heeft daarom in redelijkheid met dit verzoek van [appellant] bij de vaststelling van het plan geen rekening hoeven te houden. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. w.g.

Minderhoud w.g. Vreugdenhil lid van de enkelvoudige kamer griffier 571-875.