Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2019:3889 ECLI:NL:RVS:2019:3889 AI generated

ECLI:NL:RVS:2019:3889 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2019:3889
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201907147/1/V1. Datum uitspraak: 19 november 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen: [de vreemdeling], appellant, en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. W.G. Fischer, advocaat te Haarlem, heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit door de staatssecretaris naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 20 maart 2019 in zaak nr. 18/4176. De staatssecretaris heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De vreemdeling heeft nadere stukken ingediend. Overwegingen 1. De vreemdeling heeft de Afdeling verzocht de staatssecretaris onder last van een dwangsom op te dragen om een nieuw besluit te nemen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2019:3889 · Raad van State: Bij uitspraak van 8 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3366, heeft de Afdeling uitspraak gedaan op het hoger beroep van de staatssecretaris tegen de uitspraak van de rechtbank van 20 maart 2019. Daarbij is het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het door de vreemdeling tegen het besluit van 24 mei 2018 ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2019:3366
Bij uitspraak van 8 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3366, heeft de Afdeling uitspraak gedaan op het hoger beroep van de staatssecretaris tegen de uitspraak van de rechtbank van 20 maart 2019.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201907147/1/V1. Datum uitspraak: 19 november 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen: [de vreemdeling], appellant, en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. W.G. Fischer, advocaat te Haarlem, heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit door de staatssecretaris naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 20 maart 2019 in zaak nr. 18/4176. De staatssecretaris heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De vreemdeling heeft nadere stukken ingediend. Overwegingen 1. De vreemdeling heeft de Afdeling verzocht de staatssecretaris onder last van een dwangsom op te dragen om een nieuw besluit te nemen.

2. Bij uitspraak van 8 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3366, heeft de Afdeling uitspraak gedaan op het hoger beroep van de staatssecretaris tegen de uitspraak van de rechtbank van 20 maart 2019. Daarbij is het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het door de vreemdeling tegen het besluit van 24 mei 2018 ingestelde beroep ongegrond verklaard.

3. Na de uitspraak van 8 oktober 2019 hoeft de staatssecretaris geen nieuw besluit meer te nemen. Desgevraagd heeft de vreemdeling niet aan kunnen geven welk belang hij nog heeft bij de beoordeling van zijn beroep. Het beroep moet dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier. w.g. Verheij w.g. Verbeek lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 19 november 2019 574.