Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2019:3533 ECLI:NL:RVS:2019:3533 AI generated

ECLI:NL:RVS:2019:3533 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2019:3533
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201905679/5/V1 en 201905679/6/V1. Datum beslissing: 21 oktober 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op de verzoeken van: [verzoeker], om toepassing van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb). Procesverloop Bij brieven, bij de Raad van State ingekomen op 26 september 2019 en 7 oktober 2019, heeft [verzoeker] verzocht om toepassing van artikel 8:15 van de Awb bij de zaken met nrs. 201905679/3/V1 en 201905679/4/V1. Overwegingen 1. Artikel 8:15 van de Awb luidt: 'Op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.' Artikel 3, lid 2, aanhef en onder c, van de Wrakingsregeling bestuursrechterlijke colleges 2013 (hierna:

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:15 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2019:3533 · Raad van State: Wrakingsregeling) luidt: 'De wrakingskamer kan zonder daartoe een zitting te houden beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het verzoek betrekking heeft op het college als zodanig.' 2. Aan de verzoeken om wraking heeft [verzoeker] ten grondslag gelegd dat hij het niet eens is met toepassing van artikel 91, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 bij de behandeling van hoger beroepen door de Afdeling. Hij stelt dat de voorzitter van de Vreemdelingenkamer betrokken was bij de totstandkoming van deze bepaling en dat reeds om die reden de staatsraden van de Afdeling niet onpartijdig kunnen oordelen over toepassing daarvan.

Keywords

AI generated
artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 8:15 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum beslissing: 21 oktober 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op de verzoeken van: [verzoeker], om toepassing van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).
artikel 8:15 van de Awb
Procesverloop Bij brieven, bij de Raad van State ingekomen op 26 september 2019 en 7 oktober 2019, heeft [verzoeker] verzocht om toepassing van artikel 8:15 van de Awb bij de zaken met nrs.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201905679/5/V1 en 201905679/6/V1. Datum beslissing: 21 oktober 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op de verzoeken van: [verzoeker], om toepassing van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb). Procesverloop Bij brieven, bij de Raad van State ingekomen op 26 september 2019 en 7 oktober 2019, heeft [verzoeker] verzocht om toepassing van artikel 8:15 van de Awb bij de zaken met nrs. 201905679/3/V1 en 201905679/4/V1. Overwegingen 1. Artikel 8:15 van de Awb luidt: 'Op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.' Artikel 3, lid 2, aanhef en onder c, van de Wrakingsregeling bestuursrechterlijke colleges 2013 (hierna:

Wrakingsregeling) luidt: 'De wrakingskamer kan zonder daartoe een zitting te houden beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het verzoek betrekking heeft op het college als zodanig.' 2. Aan de verzoeken om wraking heeft [verzoeker] ten grondslag gelegd dat hij het niet eens is met toepassing van artikel 91, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 bij de behandeling van hoger beroepen door de Afdeling. Hij stelt dat de voorzitter van de Vreemdelingenkamer betrokken was bij de totstandkoming van deze bepaling en dat reeds om die reden de staatsraden van de Afdeling niet onpartijdig kunnen oordelen over toepassing daarvan.

Zij zijn immers partij daarin. De leden van de wrakingskamer kunnen naar zijn mening ook niet onpartijdig oordelen over zijn wrakingsverzoeken, omdat de wrakingskamer ook wordt gevormd door staatsraden van de Afdeling. Hij wil dat de Afdeling zijn wrakingsverzoeken daarom doorzendt naar een andere bestuursrechtsprekende instantie zoals de Belastingkamer van de Hoge Raad.

3. Het door [verzoeker] gedane verzoek om verwijzing van zijn wrakingsverzoeken naar de Hoge Raad wordt afgewezen, alleen al omdat de wet niet voorziet in een dergelijke verwijzingsmogelijkheid.

4. De grondslag van de verzoeken om wraking betreft het gebrek aan vertrouwen in een onpartijdige behandeling van zaken en wrakingsverzoeken door de Afdeling. Daarmee zijn de verzoeken gericht tegen alle leden van de Afdeling. Gelet op artikel 3, lid 2, aanhef en onder c, van de Wrakingsregeling worden de wrakingsverzoeken daarom niet in behandeling genomen.

5. De Afdeling is voorts van oordeel dat [verzoeker] met zijn wrakingsverzoeken de bevoegdheid wrakingsverzoeken in te dienen misbruikt. De Afdeling bepaalt daarom dat een volgend verzoek om wraking met dezelfde strekking wegens misbruik niet in behandeling zal worden genomen. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: laat de verzoeken buiten behandeling. Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, voorzitter, en mr. D.A.C. Slump en mr. C.J. Borman, leden, in tegenwoordigheid van mr. A. Heinen, griffier. w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Heinen voorzitter griffier Uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2019 632.