Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2019:3461 ECLI:NL:RVS:2019:3461 AI generated

ECLI:NL:RVS:2019:3461 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2019:3461
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201905263/1/V3. Datum uitspraak: 15 oktober 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kind, appellante, en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij uitspraak van 28 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:221, heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 28 september 2017 in zaak nr. 17/9205 vernietigd, het besluit van de staatssecretaris van 29 maart 2017 vernietigd en bepaald dat tegen het nieuw te nemen besluit slechts bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:55 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2019:3461 · Raad van State: 201905263/1/V3. Datum uitspraak: 15 oktober 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kind, appellante, en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij uitspraak van 28 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:221, heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 28 september 2017 in zaak nr. 17/9205 vernietigd, het besluit van de staatssecretaris van 29 maart 2017 vernietigd en bepaald dat tegen het nieuw te nemen besluit slechts bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld.

Keywords

AI generated
artikel 8:55 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:55 van de Awb
Van Leeuwen lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2019 Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij de Afdeling (artikel 8:55 van de Awb).

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201905263/1/V3. Datum uitspraak: 15 oktober 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen: [de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kind, appellante, en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij uitspraak van 28 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:221, heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 28 september 2017 in zaak nr. 17/9205 vernietigd, het besluit van de staatssecretaris van 29 maart 2017 vernietigd en bepaald dat tegen het nieuw te nemen besluit slechts bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld.

Bij besluit van 14 juni 2019 heeft de staatssecretaris vastgesteld dat de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft, het door de vreemdeling tegen het besluit van 26 oktober 2016 gemaakte bezwaar in zoverre gegrond verklaard, en dit bezwaar voor het overige opnieuw ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S.J. Koolen, advocaat te Utrecht, beroep ingesteld. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. De vreemdeling heeft de gronden van haar beroep niet vermeld. Bij aangetekend verzonden brief van 15 juli 2019 is de vreemdeling gewezen op dit verzuim en is zij tot en met 12 augustus 2019 in de gelegenheid gesteld het te herstellen.

Hierbij is vermeld dat, wanneer de vreemdeling van deze gelegenheid geen gebruikt maakt, zij ervan moet uitgaan dat niet-ontvankelijkverklaring zal volgen en dat haar zaak dan niet inhoudelijk wordt behandeld. De vreemdeling heeft de gronden van het beroep niet binnen de gestelde termijn alsnog ingediend. Zij heeft geen redenen aangevoerd waarom het beroep toch in behandeling moet worden genomen.

2. Het beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D. van Leeuwen, griffier. w.g. Sevenster w.g. Van Leeuwen lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2019 Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij de Afdeling (artikel 8:55 van de Awb). - Verzet dient schriftelijk en binnen zes weken na verzending van deze uitspraak te worden gedaan. - In het verzetschrift moeten de redenen worden vermeld waarom de indiener het niet eens is met de gronden waarop de beslissing is gebaseerd. - Indien de indiener over het verzet door de Afdeling wenst te worden gehoord, dient dit in het verzetschrift te worden gevraagd. Het horen gebeurt dan uitsluitend over het verzet. 373-846.