ECLI:NL:RVS:2019:3276 · Raad van State
Legislator summary
AI generated201900161/1/A1. Datum uitspraak: 20 september 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellante], wonend te Loosdrecht, gemeente Wijdemeren, tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 20 november 2018 in zaak nr. 18/1013 in het geding tussen: [appellante] en het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren. Openbare zitting gehouden op 20 september 2019 om 10:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer griffiers: mr.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2019:3276 · Raad van State: 201900161/1/A1. Datum uitspraak: 20 september 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellante], wonend te Loosdrecht, gemeente Wijdemeren, tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 20 november 2018 in zaak nr. 18/1013 in het geding tussen: [appellante] en het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren. Openbare zitting gehouden op 20 september 2019 om 10:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer griffiers: mr.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
201900161/1/A1. Datum uitspraak: 20 september 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellante], wonend te Loosdrecht, gemeente Wijdemeren, tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 20 november 2018 in zaak nr. 18/1013 in het geding tussen: [appellante] en het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren. Openbare zitting gehouden op 20 september 2019 om 10:00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer griffiers: mr.
M.A. Graaff-Haasnoot en mr. C. Korkmaz Verschenen: - [appellante] - het college, vertegenwoordigd door A.E.J. Debie. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 20 november 2018, waarin de rechtbank heeft geconcludeerd dat geen vergunning van rechtswege is verleend, omdat de aanhoudingsplicht van het voorbereidingsbesluit van 27 oktober 2016 tot en met de inwerkingtreding van het reparatieplan op 4 januari 2018 gold. Beslissing De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak. Gronden - Er staat in rechte vast dat tijdig op 8 november 2016 een besluit op de aanvraag van 2 november 2016 is genomen. - Dit betekent dat de rechtbank terecht heeft geconcludeerd dat geen vergunning van rechtswege is verleend. w.g.
Verheij w.g. Graaff-Haasnoot lid van de enkelvoudige kamer griffier 531-919.