Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2019:3135 ECLI:NL:RVS:2019:3135 AI generated

ECLI:NL:RVS:2019:3135 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2019:3135
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201906555/1/V3 en 201906555/2/V3. Datum uitspraak: 11 september 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000), op de hoger beroepen van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], appellanten, tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 22 augustus 2019 in zaken nrs.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 85 van de Vw 2000; ECLI:NL:RVS:2019:3135 · Raad van State: Datum uitspraak: 11 september 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000), op de hoger beroepen van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], appellanten, tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 22 augustus 2019 in zaken nrs.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 85 van de Vw 2000

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 85 van de Vw 2000
Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over de hoger beroepen (artikel 85 van de Vw 2000).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201906555/1/V3 en 201906555/2/V3. Datum uitspraak: 11 september 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000), op de hoger beroepen van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], appellanten, tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 22 augustus 2019 in zaken nrs.

NL19.17774 en NL19.17776 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluiten van 23 juli 2019 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij mondelinge uitspraak van 22 augustus 2019 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. H. Loth, advocaat te Amsterdam, hoger beroepen ingesteld.

Voorts hebben de vreemdelingen de voorzieningenrechter verzocht voorlopige voorzieningen te treffen. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. De hoger beroepen richten zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. De vreemdelingen leggen namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hen niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over de hoger beroepen (artikel 85 van de Vw 2000).

2. De hoger beroepen zijn kennelijk niet-ontvankelijk. De verzoeken om voorlopige voorziening worden daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart de hoger beroepen niet-ontvankelijk; II. wijst de verzoeken af. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier. w.g. Verheij w.g. Van Meurs-Heuvel voorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 11 september 2019 47-888.