Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2019:2839 ECLI:NL:RVS:2019:2839 AI generated

ECLI:NL:RVS:2019:2839 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2019:2839
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201809511/1/A1. Datum uitspraak: 20 augustus 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: Stichting Dassenwerkgroep Limburg, gevestigd in Margraten, en [appellant A], wonend in Mechelen (hierna tezamen en in enkelvoud: SDL), appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 17 oktober 2018 in zaak nr. 18/176 in het geding tussen: SDL en het college van burgemeester en wethouders van Gulpen-Wittem. Openbare zitting gehouden op 20 augustus 2019 om 13:15 uur.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2019:2839 · Raad van State: 201809511/1/A1. Datum uitspraak: 20 augustus 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: Stichting Dassenwerkgroep Limburg, gevestigd in Margraten, en [appellant A], wonend in Mechelen (hierna tezamen en in enkelvoud: SDL), appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 17 oktober 2018 in zaak nr. 18/176 in het geding tussen: SDL en het college van burgemeester en wethouders van Gulpen-Wittem. Openbare zitting gehouden op 20 augustus 2019 om 13:15 uur.

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201809511/1/A1. Datum uitspraak: 20 augustus 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: Stichting Dassenwerkgroep Limburg, gevestigd in Margraten, en [appellant A], wonend in Mechelen (hierna tezamen en in enkelvoud: SDL), appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 17 oktober 2018 in zaak nr. 18/176 in het geding tussen: SDL en het college van burgemeester en wethouders van Gulpen-Wittem. Openbare zitting gehouden op 20 augustus 2019 om 13:15 uur.

Tegenwoordig: Staatsraad: mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer griffier: mr. V. van Dorst Verschenen: - SDL, vertegenwoordigd door [gemachtigde A]; - het college, vertegenwoordigd door E. Haagmans en D. Florentinus; - de Zuid Limburgse Golf en Countryclub (hierna: de golfclub), vertegenwoordigd door [gemachtigde B] en [gemachtigde C]. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 17 oktober 2018, waarin de rechtbank heeft geconcludeerd dat de golfclub de aan de aanlegvergunning van 16 juni 2009 verbonden voorschriften 1 tot en met 4 niet overtreedt en het college daarom terecht niet tot handhavend optreden is overgegaan.

Beslissing De Afdeling: bevestigt de aangevallen uitspraak. Gronden - Er staat in rechte vast dat voorschrift 1 niet wordt overtreden, omdat de rechtbank Limburg dit in haar uitspraak van 13 september 2017, zaak nr. 16/264, uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft geconcludeerd en tegen deze uitspraak geen hoger beroep is ingesteld. - Zowel in het controlerapport van 27 november 2017 als in het controlerapport van 28 mei 2018, gewijzigd op 24 augustus 2018, staat dat de voorschriften 2, 3 en 4 niet worden overtreden. - SDL heeft alleen gesteld dat de conclusies uit deze rapporten onjuist zijn, maar dit niet met een onderbouwing aannemelijk gemaakt.

Het overleggen van foto’s is daarvoor onvoldoende, alleen al omdat niet duidelijk is waar en wanneer de foto’s zijn genomen. - In deze procedure is niet van belang of de golfclub bestrijdingsmiddelen gebruikt, omdat het college daar niet op kan handhaven. - Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank terecht geconcludeerd dat de golfclub niet de aan de aanlegvergunning van 16 juni 2009 verbonden voorschriften 1 tot en met 4 overtreedt. Het college heeft dan ook terecht het verzoek om handhavend optreden afgewezen. w.g. Verheij w.g. Van Dorst lid van de enkelvoudige kamer griffier 357-811.