Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2019:2669 ECLI:NL:RVS:2019:2669 AI generated

ECLI:NL:RVS:2019:2669 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2019:2669
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201904324/3/V3. Datum uitspraak: 18 juni 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht): [de vreemdeling], verzoeker. Procesverloop De vreemdeling heeft op 14 juni 2019 krachtens artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) bezwaar gemaakt tegen de feitelijke overdracht door de staatssecretaris op 19 juni 2019. De staatssecretaris heeft dit bezwaarschrift aan de Afdeling gezonden.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2019:2669 · Raad van State: 201904324/3/V3. Datum uitspraak: 18 juni 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht): [de vreemdeling], verzoeker. Procesverloop De vreemdeling heeft op 14 juni 2019 krachtens artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) bezwaar gemaakt tegen de feitelijke overdracht door de staatssecretaris op 19 juni 2019. De staatssecretaris heeft dit bezwaarschrift aan de Afdeling gezonden.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum uitspraak: 18 juni 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht): [de vreemdeling], verzoeker.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201904324/3/V3. Datum uitspraak: 18 juni 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht): [de vreemdeling], verzoeker. Procesverloop De vreemdeling heeft op 14 juni 2019 krachtens artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) bezwaar gemaakt tegen de feitelijke overdracht door de staatssecretaris op 19 juni 2019. De staatssecretaris heeft dit bezwaarschrift aan de Afdeling gezonden.

Voorts heeft de vreemdeling op 17 juni 2019 bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening om zijn voorgenomen overdracht tegen te gaan. De griffier van de rechtbank heeft het verzoek ter behandeling aan de voorzieningenrechter aan de Afdeling doorgezonden. Overwegingen 1. Het door de vreemdeling krachtens artikel 72, derde lid, van de Vw 2000 gemaakte bezwaar wordt aangemerkt als een aanvulling op het bij de voorzieningenrechter van de rechtbank ingediende en aan de Afdeling doorgezonden verzoek.

2. Bij uitspraak van 27 mei 2019 in zaak nr. NL19.9220 heeft de rechtbank het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 18 april 2019, waarbij de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling heeft genomen, ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 17 juni 2019 in zaak nrs. 201904324/1/V3 en 201904324/2/V3 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling deze uitspraak bevestigd en het verzoek van de vreemdeling tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen. Wat de vreemdeling in het onderhavige verzoek heeft aangevoerd, biedt geen grond om niet langer van de rechtmatigheid van de voorgenomen overdracht uit te gaan.

3. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. H. Vonk, griffier. w.g. Troostwijk w.g. Vonk voorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2019 345-872.