Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2019:2049 ECLI:NL:RVS:2019:2049 AI generated

ECLI:NL:RVS:2019:2049 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2019:2049
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201804765/1/V1. Datum uitspraak: 27 juni 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 16 mei 2018 in zaak nr. 18/30 in het geding tussen: [de vreemdeling] en [referent] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 20 februari 2017 heeft de staatssecretaris een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:24 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2019:2049 · Raad van State: 201804765/1/V1. Datum uitspraak: 27 juni 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 16 mei 2018 in zaak nr. 18/30 in het geding tussen: [de vreemdeling] en [referent] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 20 februari 2017 heeft de staatssecretaris een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.

Keywords

AI generated
artikel 6:24 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:24 van de Awb
Omdat hij daarmee geheel aan de vreemdeling en referent is tegemoetgekomen, hebben zij onvoldoende belang bij een beroep tegen dit besluit en mist artikel 6:19, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van de Awb, toepassing.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201804765/1/V1. Datum uitspraak: 27 juni 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 16 mei 2018 in zaak nr. 18/30 in het geding tussen: [de vreemdeling] en [referent] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij besluit van 20 februari 2017 heeft de staatssecretaris een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 11 december 2017 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling en referent gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 16 mei 2018 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling en referent ingestelde beroep gegrond verklaard, dit besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. De vreemdeling en referent, vertegenwoordigd door mr. A.W.J. van der Meer, advocaat te Dordrecht, hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Bij besluit van 16 augustus 2018 heeft de staatssecretaris het tegen het besluit van 20 februari 2017 gemaakte bezwaar gegrond verklaard en de gevraagde mvv alsnog verleend. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000).

2. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

3. De staatssecretaris heeft ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank bij besluit van 16 augustus 2018 het gemaakte bezwaar gegrond verklaard en de gevraagde mvv alsnog verleend. Omdat hij daarmee geheel aan de vreemdeling en referent is tegemoetgekomen, hebben zij onvoldoende belang bij een beroep tegen dit besluit en mist artikel 6:19, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van de Awb, toepassing.

4. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. bevestigt de aangevallen uitspraak; II. veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling en referent in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 512,00 (zegge: vijfhonderdtwaalf euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; III. bepaalt dat van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een griffierecht van € 508,00 (zegge: vijfhonderdacht euro) wordt geheven. Aldus vastgesteld door mr. C.C.W. Lange, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Schuurman, griffier. w.g. Lange w.g. Schuurman lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2019 282-861.