ECLI:NL:RVS:2019:2034 · Raad van State
Legislator summary
AI generated201900615/2/V2. Datum beslissing: 27 juni 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het hoger beroep van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2] en [vreemdeling 3], appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 januari 2019 in zaken nrs. NL18.9681, NL18.9682 en NL18.9683 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop De vreemdelingen hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 januari 2019 in zaken nrs.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:29 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2019:2034 · Raad van State: 201900615/2/V2. Datum beslissing: 27 juni 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het hoger beroep van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2] en [vreemdeling 3], appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 januari 2019 in zaken nrs. NL18.9681, NL18.9682 en NL18.9683 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop De vreemdelingen hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 januari 2019 in zaken nrs.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
201900615/2/V2. Datum beslissing: 27 juni 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het hoger beroep van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2] en [vreemdeling 3], appellanten, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 januari 2019 in zaken nrs. NL18.9681, NL18.9682 en NL18.9683 in het geding tussen: de vreemdelingen en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop De vreemdelingen hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 januari 2019 in zaken nrs.
NL18.9681, NL18.9682 en NL18.9683. De staatssecretaris heeft een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken. Het betreft afdrukken van een e-mailwisseling uit juni 2017 tussen ambtenaren van het Ministerie van Jusititie en Veiligheid en van Buitenlandse Zaken inclusief twee bijlagen. Overwegingen 1. De staatssecretaris heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van deze stukken kennis zal nemen.
2. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
3. Naar het oordeel van de Afdeling wegen de vertrouwelijkheid en de bronbescherming van de in de stukken neergelegde ambtelijk verkregen informatie zwaarder dan het belang dat de vreemdelingen kennis nemen van die stukken.
4. De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek toe; Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, griffier. w.g. Bijloos w.g. Van Goeverden-Clarenbeek lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2019 488.