Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2019:1912 ECLI:NL:RVS:2019:1912 AI generated

ECLI:NL:RVS:2019:1912 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2019:1912
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201801564/1/A3. Datum uitspraak: 7 juni 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: Vereniging Bewoners tegen Vliegtuigoverlast Rotterdam Airport, gevestigd te Rotterdam, appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) van 23 januari 2018 in zaak nr. 16/7703 in het geding tussen: de vereniging en de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Openbare zitting gehouden op 7 juni 2019 om 10:25 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. N. Verheij voorzitter griffier: mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken Verschenen: De vereniging, vertegenwoordigd door [gemachtigde]; De minister, vertegenwoordigd door mr. G.H.H. Bisschoff en mr. C.J. Kuiper. ====================================== Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 23 januari 2018 van de rechtbank, waarbij het beroep tegen het besluit van 27 oktober 2016 ongegrond is verklaard. Het geding betreft een verzoek om handhaving van het aantal van 849 nachtvluchten per jaar op Rotterdam The Hague Airport. De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak. Daartoe overweegt zij het volgende. 1. De termijnoverschrijding voor het indienen van de gronden en het aantonen van de vertegenwoordigingsbevoegdheid is in dit geval vanwege een ongelukkige samenloop van omstandigheden verschoonbaar. Het hoger beroep is dus ontvankelijk. 2. Het hoger beroep is inhoudelijk ongegrond. De reden daarvoor is dat de minister en de Inspectie Leefomgeving en Transport niet handhavend kunnen optreden tegen het aantal nachtvluchten. Die bevoegdheid is niet in een wettelijke norm vastgelegd. Zij kunnen alleen optreden tegen het overschrijden van de geluidscontouren en daarvan is niet in geschil dat dat niet aan de orde is. 3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. w.g. Verheij w.g. Van Tuyll van Serooskerken lid van de enkelvoudige kamer griffier 290.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2019:1912 · Raad van State: 201801564/1/A3. Datum uitspraak: 7 juni 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: Vereniging Bewoners tegen Vliegtuigoverlast Rotterdam Airport, gevestigd te Rotterdam, appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) van 23 januari 2018 in zaak nr. 16/7703 in het geding tussen: de vereniging en de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Openbare zitting gehouden op 7 juni 2019 om 10:25 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. N. Verheij voorzitter griffier: mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken Verschenen: De vereniging, vertegenwoordigd door [gemachtigde]; De minister, vertegenwoordigd door mr. G.H.H. Bisschoff en mr. C.J. Kuiper. ====================================== Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 23 januari 2018 van de rechtbank, waarbij het beroep tegen het besluit van 27 oktober 2016 ongegrond is verklaard. Het geding betreft een verzoek om handhaving van het aantal van 849 nachtvluchten per jaar op Rotterdam The Hague Airport. De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak. Daartoe overweegt zij het volgende. 1. De termijnoverschrijding voor het indienen van de gronden en het aantonen van de vertegenwoordigingsbevoegdheid is in dit geval vanwege een ongelukkige samenloop van omstandigheden verschoonbaar. Het hoger beroep is dus ontvankelijk. 2. Het hoger beroep is inhoudelijk ongegrond. De reden daarvoor is dat de minister en de Inspectie Leefomgeving en Transport niet handhavend kunnen optreden tegen het aantal nachtvluchten. Die bevoegdheid is niet in een wettelijke norm vastgelegd. Zij kunnen alleen optreden tegen het overschrijden van de geluidscontouren en daarvan is niet in geschil dat dat niet aan de orde is. 3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. w.g. Verheij w.g. Van Tuyll van Serooskerken lid van de enkelvoudige kamer griffier 290.

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text