Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2019:185 ECLI:NL:RVS:2019:185 AI generated

ECLI:NL:RVS:2019:185 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2019:185
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201806168/1/R3. Datum uitspraak: 23 januari 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellante], wonend te Enschede, mede namens de erven van [persoon], (hierna in enkelvoud: [appellante]) appellanten, en de raad van de gemeente Enschede, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 28 mei 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "N18 - gedeelte Enschede" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 november 2018, waar [appellante], vertegenwoordigd door [gemachtigde] en mr.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2019:185 · Raad van State: Ontvankelijkheid 5. Het beroep van [appellante] is gericht tegen de bestemming "Agrarisch" ter plaatse van het perceel. [appellante] voert aan dat de raad ten onrechte de bestaande woning op het perceel niet als zodanig heeft bestemd. 5.1. De raad stelt zich in zijn verweerschrift op het standpunt dat het beroep van [appellante] niet-ontvankelijk is. Zo kan er volgens de raad op grond van artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet geen zienswijze worden ingediend tegen een bestemmingsplan indien dat tegen het tracébesluit ook had gekund. Daarnaast is volgens de raad het tracébesluit één op één overgenomen in het bestemmingsplan. 5.2.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2015:1086
201309459/10/R6. Datum uitspraak: 8 april 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: 1. [appellant sub 1], wonend te [woonplaats], 2. [appellante sub 2], wonend te [woonplaats], 3. [appellant sub 3], wonend te [woonplaats], 4. [appellant sub 4], wonend te [woonplaats], 5. [appellant sub 5A] en [appellant sub 5B] (hierna in enkelvoud: [appellant sub 5]), beiden wonend te [woonplaats], 6. [appellante sub 6], gevestigd te [plaats], en anderen (hierna in enkelvoud: [appellante sub 6]), 7. [appellant sub 7], wonend te [woonplaats], 8. [appellant sub 8], wonend te [woonplaats], 9. [appellant sub 9], wonend te [woonplaats], 10. [appellant sub 10], wonend te [woonplaats], 11. [appellant sub 11], wonend te [woonplaats], 12. [appellante sub 12], wonend te [woonplaats], 13. [appellante sub 13], gevestigd te [plaats], en andere (hierna in enkelvoud: [appellante sub 13]), 14. [appellante sub 14], wonend te [woonplaats], 15. [appellant sub 15], wonend te [woonplaats], 16. [appellant sub 16A] en [appellant sub 16B] (hierna in enkelvoud: [appellant sub 16]), beiden wonend te [woonplaats], 17. [appellant sub 17], wonend te [woonplaats], 18. [appellant sub 18], wonend te Eibergen, gemeente Berkelland, 19. [appellant sub 19], wonend te [woonplaats], en anderen (hierna in enkelvoud: [appellant sub 19]), 20. [appellant sub 20A] en [appellant sub 20B], wonend te [woonplaats] onderscheidenlijk [woonplaats], 21. [appellant sub 21], wonend te [woonplaats], 22. [appellant sub 22], wonend te [woonplaats], 23. [appellant sub 23A] en [appellant sub 23B] (hierna in enkelvoud: [appellant sub 23]), beiden wonend te [woonplaats], 24. [appellante sub 24A] en [appellant sub 24B] (hierna in enkelvoud: [appellant sub 24]), beiden wonend te [woonplaats], 25. [appellant sub 25], wonend te [woonplaats], en anderen, 26. [appellant sub 26], wonend te [woonplaats], 27. [appellante sub 27], handelend onder de naam [Landgoed], gevestigd te [plaats], 28. [appellant sub 28], wonend te [woonplaats], 29. [appellant sub 29], wonend te [woonplaats], 30. [appellant sub 30], wonend te [woonplaats], 31. [appellant sub 31A] en [appellante sub 31B] (hierna in enkelvoud: [appellant sub 31]), beiden wonend te [woonplaats], 32. [appellant sub 32A] en [appellante sub 32B] (hierna in enkelvoud: [appellant sub 32]), beiden wonend te [woonplaats], 33. [appellant sub 33], handelend onder de naam [stoeterij], wonend te [woonplaats], 34. [appellante sub 34], wonend te [woonplaats], 35. [appellant sub 35], wonend te [woonplaats], 36. [appellant sub 36A] en [appellante sub 36B], beiden wonend te [woonplaats], 37. [appellant sub 37], wonend te [woonplaats], 38. [appellant sub 38A] en [appellante sub 38B] (hierna in enkelvoud: [appellant sub 38]), beiden wonend te [woonplaats], 39. [appellant sub 39], wonend te [woonplaats], en anderen (hierna in enkelvoud: [appellant sub 39]), 40. [appellant sub 40A] en [appellant sub 40B] (hierna in enkelvoud: [appellant sub 40]), beiden wonend te [woonplaats], en de minister van Infrastructuur en Milieu, verweerder.
ECLI:NL:RVS:2002:AE5762
Procesverloop Bij besluit van 15 maart 2001 heeft de gemeenteraad van Echteld (thans gemeente Kesteren), op voorstel van burgemeester en wethouders van 8 maart 2001, vastgesteld het bestemmingsplan "Betuweroute Veterplus". Het besluit van de gemeenteraad en het voorstel van burgemeester en wethouders zijn aan deze uitspraak gehecht. Verweerders hebben bij hun besluit van 30 oktober 2001, no. RE2001.35295, beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan. Het besluit van verweerders is aangehecht. Tegen dit besluit hebben appellanten sub 1 bij brief van 21 december 2001, bij de Raad van State ingekomen op 24 december 2001, en appellanten sub 2 bij brief van 21 december 2001, bij de Raad van State ingekomen op 24 december 2001, beroep ingesteld.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201806168/1/R3. Datum uitspraak: 23 januari 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellante], wonend te Enschede, mede namens de erven van [persoon], (hierna in enkelvoud: [appellante]) appellanten, en de raad van de gemeente Enschede, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 28 mei 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "N18 - gedeelte Enschede" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 november 2018, waar [appellante], vertegenwoordigd door [gemachtigde] en mr.

B. Nijman, advocaat te Wageningen, en de raad, vertegenwoordigd door J. van der Noord, zijn verschenen. Voorts is ter zitting Rijkswaterstaat, vertegenwoordigd doo mr. ing. N.H. Huntelaar, gehoord. Overwegingen Inleiding 1. Het plan beoogt uitvoering te geven aan het tracébesluit "N18 Varsseveld - Enschede" (hierna: het tracébesluit). 2. [appellante] woont op [locatie 1] te Enschede en is eigenaar van de woning op het perceel aan de [locatie 2] te Enschede (hierna: het perceel).

3. Aan het perceel is de enkelbestemming "Agrarisch" toegekend, zonder dat de woning op het perceel als zodanig is bestemd. Toetsingskader 4. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Ontvankelijkheid 5. Het beroep van [appellante] is gericht tegen de bestemming "Agrarisch" ter plaatse van het perceel. [appellante] voert aan dat de raad ten onrechte de bestaande woning op het perceel niet als zodanig heeft bestemd. 5.1. De raad stelt zich in zijn verweerschrift op het standpunt dat het beroep van [appellante] niet-ontvankelijk is. Zo kan er volgens de raad op grond van artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet geen zienswijze worden ingediend tegen een bestemmingsplan indien dat tegen het tracébesluit ook had gekund. Daarnaast is volgens de raad het tracébesluit één op één overgenomen in het bestemmingsplan. 5.2.

Artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet luidt: "De gemeenteraad stelt binnen een jaar nadat het tracébesluit onherroepelijk is geworden een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening overeenkomstig het tracébesluit vast. Voor zover een ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in het tracébesluit kunnen zienswijzen geen betrekking hebben op dat deel van het ontwerpplan." 5.3. Bij besluit van 20 augustus 2013 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu het tracébesluit "N18 Varsseveld - Enschede" vastgesteld.

Bij de besluiten van 21 februari 2014 en 15 december 2014 is het tracébesluit gewijzigd. Het tracébesluit is bij uitspraak van de Afdeling van 8 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1086, onherroepelijk geworden. 5.4. In het door [appellante] op basis van de zienswijze van 29 november 2017 ingediende beroepschrift van 20 juli 2018 stelt [appellante] dat de woning op het perceel als zodanig moet worden bestemd. Het perceel is opgenomen in het tracébesluit en staat in de lijst met te amoveren opstallen. De raad is verplicht het tracébesluit over te nemen in het bestemmingsplan op grond van artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet.

Het tracébesluit was ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan onherroepelijk. Weliswaar heeft [appellante] een zienswijze ingediend tegen het gedeelte van het ontwerpbestemmingsplan dat zijn grondslag vindt in het tracébesluit, maar zolang het tracébesluit niet is herzien en dus van de onherroepelijkheid daarvan moet worden uitgegaan - vergelijk de uitspraak van 24 juli 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE5762 - staat artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet er aan in de weg dat [appellante] haar zienswijze kenbaar kon maken tegen het desbetreffende gedeelte van het ontwerpplan. 5.5.

Nu het rechtsgeldig indienen van een zienswijze tegen het ontwerp een voorwaarde is om in beroep te kunnen gaan tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan, is het beroep van [appellante] niet-ontvankelijk. Proceskosten 6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. R.J.J.M. Pans, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B. Klein Nulent, griffier. w.g. Pans w.g. Klein Nulent lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2019 218-867.