Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2019:1394 ECLI:NL:RVS:2019:1394 AI generated

ECLI:NL:RVS:2019:1394 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2019:1394
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201901385/1/V3. Datum uitspraak: 29 april 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 8 februari 2019 in zaak nr. NL19.1037 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 15 januari 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75 van de Awb; ECLI:NL:RVS:2019:1394 · Raad van State: 201901385/1/V3. Datum uitspraak: 29 april 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 8 februari 2019 in zaak nr. NL19.1037 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 15 januari 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Keywords

AI generated
artikel 8:75 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75 van de Awb
In dat geval kan de staatssecretaris met toepassing van artikel 8:75 van de Awb worden veroordeeld in de proceskosten.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2018:1423
201708371/1/V1. Datum uitspraak: 26 april 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 22 september 2017 in zaak nr. 16/15244 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 10 juli 2016 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
ECLI:NL:RVS:2012:2230
De bestuursrechter is niet gehouden om uitspraak te doen uitsluitend omdat voornoemde vraag principiële betekenis heeft (zie de uitspraak van de Afdeling van 3 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:2230).
ECLI:NL:RVS:2019:1084
201806051/1/V3. Datum uitspraak: 8 april 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 20 juli 2018 in zaak nr. NL18.10957 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 8 juni 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201901385/1/V3. Datum uitspraak: 29 april 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van: [de vreemdeling], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 8 februari 2019 in zaak nr. NL19.1037 in het geding tussen: de vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Procesverloop Bij besluit van 15 januari 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Bij uitspraak van 8 februari 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. I.J.M. Oomen, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld. De staatssecretaris heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De vreemdeling heeft een nadere reactie ingediend. Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Nadat de vreemdeling hoger beroep had ingesteld in deze zaak, heeft de staatssecretaris te kennen gegeven dat hij zijn asielaanvraag alsnog in behandeling heeft genomen, omdat aan de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier op tijdelijke humanitaire gronden is verleend wegens zijn aangifte mensenhandel.

De vreemdeling vermeldt in zijn nadere reactie dat hij zijn hoger beroep handhaaft, omdat de staatssecretaris volgens hem moet worden veroordeeld in de proceskosten en er volgens hem in hoger beroep een vraag voorligt die in het kader van rechtseenheid, rechtsontwikkeling en rechtsbescherming beantwoording behoeft.

2. Het hoger beroep van de vreemdeling is kennelijk niet-ontvankelijk. Hij heeft namelijk onvoldoende belang bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep, omdat hij heeft bereikt wat hij met zijn hoger beroep beoogt doordat de staatssecretaris zijn asielaanvraag alsnog inhoudelijk in behandeling heeft genomen. De vraag of de staatssecretaris moet worden veroordeeld tot vergoeding van de in beroep en hoger beroep gemaakte proceskosten, geeft onvoldoende aanleiding om tot een inhoudelijke beoordeling van de zaak over te gaan (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 26 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1423). Ook het eventuele bestaan van een vraag als bedoeld onder 1 betekent niet dat de vreemdeling belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn hoger beroep. De bestuursrechter is niet gehouden om uitspraak te doen uitsluitend omdat voornoemde vraag principiële betekenis heeft (zie de uitspraak van de Afdeling van 3 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:2230).

3. Niettemin moet worden bezien of de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten moet worden veroordeeld. Daarvoor kan aanleiding bestaan als hij aan de vreemdeling tegemoetgekomen is. In dat geval kan de staatssecretaris met toepassing van artikel 8:75 van de Awb worden veroordeeld in de proceskosten. Van tegemoetkomen is geen sprake als een in beroep bestreden besluit is gewijzigd wegens veranderde omstandigheden. De Afdeling verwijst hiervoor naar haar uitspraak van 8 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1084. 3.1. In dit geval heeft de staatssecretaris de asielaanvraag van de vreemdeling alsnog in behandeling genomen, omdat aan de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier is verleend.

Dat is een veranderde omstandigheid die zich ten tijde van het besluit van 15 januari 2019 niet voordeed. Daarom is hij niet tegemoetgekomen aan de vreemdeling. Er is dan ook geen aanleiding om de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten te veroordelen. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D. van Leeuwen, griffier. w.g. Verheij w.g. Van Leeuwen lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 29 april 2019 373-848.