Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2019:1291 ECLI:NL:RVS:2019:1291 AI generated

ECLI:NL:RVS:2019:1291 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2019:1291
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201901316/3/V2. Datum uitspraak: 19 april 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht): [de vreemdeling], verzoeker. Procesverloop De vreemdeling heeft op 9 april 2019 krachtens artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 bezwaar gemaakt tegen de door de staatssecretaris voorgenomen feitelijke uitzetting op 18 april 2019. De staatssecretaris heeft dit bezwaarschrift aan de Afdeling gezonden om te behandelen als een verzoek om een voorlopige voorziening.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2019:1291 · Raad van State: 201901316/3/V2. Datum uitspraak: 19 april 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht): [de vreemdeling], verzoeker. Procesverloop De vreemdeling heeft op 9 april 2019 krachtens artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 bezwaar gemaakt tegen de door de staatssecretaris voorgenomen feitelijke uitzetting op 18 april 2019. De staatssecretaris heeft dit bezwaarschrift aan de Afdeling gezonden om te behandelen als een verzoek om een voorlopige voorziening.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht
Datum uitspraak: 19 april 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht): [de vreemdeling], verzoeker.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201901316/3/V2. Datum uitspraak: 19 april 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht): [de vreemdeling], verzoeker. Procesverloop De vreemdeling heeft op 9 april 2019 krachtens artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 bezwaar gemaakt tegen de door de staatssecretaris voorgenomen feitelijke uitzetting op 18 april 2019. De staatssecretaris heeft dit bezwaarschrift aan de Afdeling gezonden om te behandelen als een verzoek om een voorlopige voorziening.

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A.D. Kupelian, advocaat te Amsterdam, heeft een nader stuk ingediend. Overwegingen 1. Bij uitspraak van 6 februari 2019 in zaken nrs. NL19.754 en NL19.761 heeft de rechtbank het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 11 januari 2019, waarbij de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, heeft afgewezen, ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 10 april 2019 in zaken nrs. 201901316/1/V2 en 201901316/2/V2 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling deze uitspraak bevestigd en het verzoek van de vreemdeling tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.

Wat de vreemdeling in het onderhavige verzoek heeft aangevoerd, geeft geen grond om niet langer uit te gaan van de rechtmatigheid van de aan het besluit van 11 januari 2019 verbonden rechtsgevolgen.

2. Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is daarom geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. G.A. van de Sluis, griffier. w.g. Steendijk w.g. Van de Sluis voorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 19 april 2019 802-920.