Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2019:1097 ECLI:NL:RVS:2019:1097 AI generated

ECLI:NL:RVS:2019:1097 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2019:1097
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De rechtbank heeft haar beslissingen in de aangevallen uitspraak grotendeels gebaseerd op het oordeel dat [appellant] misbruik van recht heeft gemaakt. Hetgeen [appellant] in hoger beroep naar voren brengt, biedt geen aanleiding om de aangevallen uitspraak onjuist te achten. Hierbij is van belang dat de Afdeling in de uitspraken van 11 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2290, ECLI:NL:RVS:2018:2291 en ECLI:NL:RVS:2018:2345, en 5 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3960 en ECLI:NL:RVS:2018:3961, heeft geoordeeld dat [appellant] in de desbetreffende zaken misbruik van recht heeft gemaakt. De feiten in die zaken zijn vergelijkbaar met de feiten in de thans voorliggende zaak.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2019:1097 · Raad van State: Hetgeen [appellant] in hoger beroep naar voren brengt, biedt geen aanleiding om de aangevallen uitspraak onjuist te achten. Hierbij is van belang dat de Afdeling in de uitspraken van 11 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2290, ECLI:NL:RVS:2018:2291 en ECLI:NL:RVS:2018:2345, en 5 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3960 en ECLI:NL:RVS:2018:3961, heeft geoordeeld dat [appellant] in de desbetreffende zaken misbruik van recht heeft gemaakt. De feiten in die zaken zijn vergelijkbaar met de feiten in de thans voorliggende zaak.

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2018:2290
201704664/1/A3. Datum uitspraak: 11 juli 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te Rhoon, gemeente Albrandswaard, en het college van burgemeester en wethouders van Albrandswaard, verweerder. Procesverloop Bij uitspraak van 10 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:329, heeft de Afdeling beslist op een hoger beroep van [appellant]. Daarbij heeft de Afdeling een besluit van het college over een aantal verzoeken van [appellant] om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) vernietigd en krachtens artikel 8:113, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bepaald dat tegen het te nemen nieuwe besluit slechts bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld.
ECLI:NL:RVS:2018:2291
201706766/1/A3. Datum uitspraak: 11 juli 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te Rhoon, gemeente Albrandswaard, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 juli 2017 in zaak nr. 16/5400 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Albrandswaard. Procesverloop Bij besluit van 31 augustus 2015 heeft het college op een verzoek van [appellant] om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) een aantal stukken openbaar gemaakt.
ECLI:NL:RVS:2018:2345
Hierbij is van belang dat de Afdeling in de uitspraken van 11 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2290, ECLI:NL:RVS:2018:2291 en ECLI:NL:RVS:2018:2345, en 5 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3960 en ECLI:NL:RVS:2018:3961, heeft geoordeeld dat [appellant] in de desbetreffende zaken misbruik van recht heeft gemaakt.
ECLI:NL:RVS:2018:3960
201802636/1/A3. Datum uitspraak: 5 december 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te Rhoon, gemeente Albrandswaard, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 februari 2018 in zaken nrs. 15/7004, 16/209, 16/8387, 17/266, 17/267, 17/268, 17/269, 17/1170, 17/2571, 17/2573, 17/2574, 17/3907, 17/3908, 17/3920 en 17/4482 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Albrandswaard. Procesverloop Bij uitspraak van 15 februari 2018 heeft de rechtbank beslist op een aantal beroepen van [appellant] in procedures naar aanleiding van door hem ingediende verzoeken om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur.
ECLI:NL:RVS:2018:3961
201802606/1/A3. Datum uitspraak: 5 december 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats], appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 februari 2018 in zaken nrs. 17/3832, 17/3833 en 17/3835 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk. Procesverloop Bij drie besluiten van 16 mei 2017 heeft het college de door [appellant] gemaakte bezwaren tegen besluiten op verzoeken om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur niet-ontvankelijk onderscheidenlijk ongegrond verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201807551/1/A3. Datum uitspraak: 9 april 2019 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van: [appellant], wonend te Rhoon, gemeente Albrandswaard, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) van 1 augustus 2018 in zaak nr. 17/5653 in het geding tussen: [appellant] en het college van burgemeester en wethouders van Albrandswaard. Openbare zitting gehouden op 9 april 2019 om 10.30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. E. Steendijk voorzitter griffier: mr. W.J.C. Robben Verschenen: Het college, vertegenwoordigd door mr. A.G.M. Ostojic-Hanssen. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 1 augustus 2018, verzonden op 1 augustus 2018, van de rechtbank. De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak. Daartoe overweegt zij het volgende.

1. De rechtbank heeft haar beslissingen in de aangevallen uitspraak grotendeels gebaseerd op het oordeel dat [appellant] misbruik van recht heeft gemaakt. Hetgeen [appellant] in hoger beroep naar voren brengt, biedt geen aanleiding om de aangevallen uitspraak onjuist te achten. Hierbij is van belang dat de Afdeling in de uitspraken van 11 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2290, ECLI:NL:RVS:2018:2291 en ECLI:NL:RVS:2018:2345, en 5 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3960 en ECLI:NL:RVS:2018:3961, heeft geoordeeld dat [appellant] in de desbetreffende zaken misbruik van recht heeft gemaakt. De feiten in die zaken zijn vergelijkbaar met de feiten in de thans voorliggende zaak.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. w.g. Steendijk w.g. Robben lid van de enkelvoudige kamer griffier 610.