ECLI:NL:RVS:2019:1090 · Raad van State
Legislator summary
AI generated201900994/2/V2.Datum uitspraak: 8 april 2019 AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kinderen, verzoekers, Procesverloop Bij besluiten van 4 december 2018 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 24 januari 2019 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld. Voorts hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag in zaak nr. 201900994/1/V2 heeft de Afdeling op het hoger beroep van de vreemdelingen beslist. Daarom is geen sprake meer van een geding.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2019:1090 · Raad van State: Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier. w.g. Verheij w.g. Van Loonvoorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 8 april 2019 284.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
201900994/2/V2.Datum uitspraak: 8 april 2019 AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, van: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kinderen, verzoekers, Procesverloop Bij besluiten van 4 december 2018 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 24 januari 2019 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld. Voorts hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag in zaak nr. 201900994/1/V2 heeft de Afdeling op het hoger beroep van de vreemdelingen beslist. Daarom is geen sprake meer van een geding.
2. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier. w.g. Verheij w.g. Van Loonvoorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 8 april 2019 284.