Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2018:926 ECLI:NL:RVS:2018:926 AI generated

ECLI:NL:RVS:2018:926 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2018:926
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201704297/2/A3. Datum uitspraak: 15 maart 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoeker], wonend te Amsterdam, en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Openbare zitting gehouden op 15 maart 2018 om 10.00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.H.M. van Altena, voorzieningenrechter griffier: drs.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2018:926 · Raad van State: 201704297/2/A3. Datum uitspraak: 15 maart 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoeker], wonend te Amsterdam, en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Openbare zitting gehouden op 15 maart 2018 om 10.00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.H.M. van Altena, voorzieningenrechter griffier: drs.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201704297/2/A3. Datum uitspraak: 15 maart 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [verzoeker], wonend te Amsterdam, en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Openbare zitting gehouden op 15 maart 2018 om 10.00 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.H.M. van Altena, voorzieningenrechter griffier: drs.

M.H. Kuggeleijn-Jansen Verschenen: [verzoeker], bijgestaan door mr. J. Monster, rechtsbijstandverlener; Het college, vertegenwoordigd door mr. B.G.J. van Wissen en mr. R. Nakken. Het geschil betreft het beroep van rechtswege van [verzoeker] tegen het besluit van het college van 21 november 2017. Dit besluit is genomen hangende hoger beroep van het college en [belanghebbende] en [verzoeker] tegen de uitspraak van 14 april 2017 van de rechtbank Amsterdam. Bij het besluit van 21 november 2017 heeft het college de bezwaren van [verzoeker] tegen de weigering om een exploitatievergunning te verlenen voor het [vaartuig] opnieuw ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Beslissing De voorzieningenrechter : wijst het verzoek af. Daartoe overweegt hij het volgende. Er is twijfel aan de inhoudelijke samenhang tussen de gevraagde voorlopige voorziening en het besluit op bezwaar, omdat aannemelijk is dat [verzoeker] een voorlopige voorziening vraagt voor een ander vaartuig dan waar het besluit op bezwaar op ziet. De voorlopige voorzieningsprocedure leent zich voorts niet voor een onderzoek ten gronde en de bodemzaak zal op 2 mei 2018 worden behandeld. Bij deze stand van zaken is er geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening die inhoudt dat [verzoeker] met het beoogde vaartuig kan gaan varen als ware hij in het bezit van een vergunning. w.g.

Van Altena w.g. Kuggeleijn-Jansen Voorzieningenrechter griffier 545.