Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2018:803 ECLI:NL:RVS:2018:803 AI generated

ECLI:NL:RVS:2018:803 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2018:803
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201801929/3/V3 Datum uitspraak: 9 maart 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verzoeker, tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 7 maart 2018 in zaak nr. NL18.3854 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2018:803 · Raad van State: NL18.3854 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201801929/3/V3 Datum uitspraak: 9 maart 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verzoeker, tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 7 maart 2018 in zaak nr. NL18.3854 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris.

Procesverloop Bij besluit van 22 februari 2018 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. Bij mondelinge uitspraak van 7 maart 2018 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van die dag bevolen en de vreemdeling schadevergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Voorts heeft de staatssecretaris de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij mondelinge uitspraak van 7 maart 2018 in zaak nr. 201801929/2/V3 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening de ordemaatregel getroffen dat de maatregel van bewaring niet hoeft te worden opgeheven.

De vreemdeling heeft schriftelijke uiteenzettingen gegeven. Overwegingen 1. Het verzoek heeft geen verdere strekking dan dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de staatssecretaris in afwachting van de uitspraak op het door hem ingestelde hoger beroep geen gevolg hoeft te geven aan het bevel van de rechtbank. Indien de staatssecretaris gehouden is dat wel te doen bestaat de aanzienlijke kans dat zulks tot gevolgen leidt die niet dan wel slechts bezwaarlijk zijn te redresseren.

2. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter valt niet op voorhand uit te sluiten dat de uitspraak in hoger beroep niet in stand zal blijven. 2.1. Hoewel de voortduring van de maatregel van bewaring voor de vreemdeling ingrijpend is en diens belangen bij het gevolg geven aan de opdracht van de rechtbank zwaar wegen, dient onder de gegeven omstandigheden, aan de belangen die worden gediend door die voortduring een grotere betekenis te worden toegekend. De voorzieningenrechter ziet hierin aanleiding de na te melden voorlopige voorziening te treffen.

3. Het verzoek dient als kennelijk gegrond te worden toegewezen.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geen gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.A. Snijders, griffier. w.g. Bijloos w.g. Snijders voorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2018 279