Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2018:802 ECLI:NL:RVS:2018:802 AI generated

ECLI:NL:RVS:2018:802 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2018:802
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201709839/2/R3. Datum uitspraak: 12 maart 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer: [verzoeker], wonend te Roelofarendsveen, gemeente Kaag en Braassem, verzoeker, en de raad van de gemeente Kaag en Braassem, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 9 oktober 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "De Baan en Sotaweg" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] beroep ingesteld. Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 27 februari 2018, waar [verzoeker] en de raad, vertegenwoordigd door mr. V. Platteeuw en H. de Jong, zijn verschenen. Overwegingen 1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2018:802 · Raad van State: Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. F.C.M.A. Michiels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A. Wijker-Dekker, griffier. w.g. Michiels w.g. Wijker-Dekker voorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2018 562.

Keywords

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201709839/2/R3. Datum uitspraak: 12 maart 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer: [verzoeker], wonend te Roelofarendsveen, gemeente Kaag en Braassem, verzoeker, en de raad van de gemeente Kaag en Braassem, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 9 oktober 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "De Baan en Sotaweg" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] beroep ingesteld. Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 27 februari 2018, waar [verzoeker] en de raad, vertegenwoordigd door mr. V. Platteeuw en H. de Jong, zijn verschenen. Overwegingen 1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het plangebied ligt ten noorden van de kern Roelofarendsveen (Sotaweg) en ten westen van de kern Oude Wetering (De Baan) en maakt onderdeel uit van de Gogerpolder. Het gebied beslaat een oppervlakte van circa 85 ha en is grotendeels in gebruik voor glastuinbouw. Het plan voorziet voor bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen, ten opzichte van het vorige plan in een verhoging van de maximaal toegestane bouwhoogte van 7,5 m naar 12,0 m. 3. [verzoeker] kan zich daar niet mee verenigen. Hij exploiteert op het perceel [locatie 1] een zogenoemde "koude kas", wat betekent dat hij voor licht en verwarming van zijn kas afhankelijk is van zonlicht. Bij een mogelijke verhoging van de bedrijfsgebouwen van de op de [locatie 2] gevestigde tulpenbroeierij, vreest [verzoeker] een zodanige schaduwwerking dat deze hem ernstig belemmert in zijn bedrijfsvoering.

4. Vast staat dat op dit moment ten behoeve van de [locatie 2] geen omgevingsvergunning is aangevraagd met als doel de op dat perceel aanwezige bedrijfsgebouwen te verhogen. Voorts heeft de voorzieningenrechter op dit moment geen aanwijzingen dat bedoelde aanvraag op korte termijn, althans voordat uitspraak valt te verwachten in de bodemzaak, alsnog zal worden ingediend. Gelet hierop is met het verzoek van [verzoeker] in zoverre geen spoedeisend belang gemoeid dat rechtvaardigt dat op dit moment een voorlopige voorziening wordt getroffen. Indien voordat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemzaak toch een omgevingsvergunning wordt aangevraagd en verleend, kan [verzoeker] gelijktijdig met een tegen die vergunning ingesteld rechtsmiddel opnieuw verzoeken het bestemmingsplan te schorsen, teneinde onomkeerbare gevolgen te voorkomen.

5. Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding het verzoek af te wijzen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. F.C.M.A. Michiels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A. Wijker-Dekker, griffier. w.g. Michiels w.g. Wijker-Dekker voorzieningenrechter griffier Uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2018 562.