ECLI:NL:RVS:2018:642 · Raad van State
Legislator summary
AI generated201801420/1/A2. Datum uitspraak: 27 februari 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder. Openbare zitting gehouden op 27 februari 2018 om 14:30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.J. Borman voorzitter Staatsraad mr. H.G. Lubberdink lid Staatsraad mr. E.J. Daalder lid griffier: mr. M. Rijsdijk Verschenen: Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, vertegenwoordigd door F.J.J.M.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2018:642 · Raad van State: 201801420/1/A2. Datum uitspraak: 27 februari 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder. Openbare zitting gehouden op 27 februari 2018 om 14:30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.J. Borman voorzitter Staatsraad mr. H.G. Lubberdink lid Staatsraad mr. E.J. Daalder lid griffier: mr. M. Rijsdijk Verschenen: Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, vertegenwoordigd door F.J.J.M.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
201801420/1/A2. Datum uitspraak: 27 februari 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder. Openbare zitting gehouden op 27 februari 2018 om 14:30 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.J. Borman voorzitter Staatsraad mr. H.G. Lubberdink lid Staatsraad mr. E.J. Daalder lid griffier: mr. M. Rijsdijk Verschenen: Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, vertegenwoordigd door F.J.J.M.
Andriessen; de Kiesraad, vertegenwoordigd door mr. R.N.A. Al. Het beroep richt zich tegen het besluit van het college van 12 februari 2018, waarbij is bevestigd dat het dossier van [appellant] is verwijderd uit het kiezersbestand. Beslissing: De Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Gronden: - [appellant] is voor het door hem ingediende beroep griffierecht verschuldigd. Bij brief van 19 februari 2018 is hij daarop gewezen en is hem daarvoor een termijn gesteld. - Het bedrag is tot op heden niet op de rekening van de Raad van State bijgeschreven of contant op het adres van de Raad van State betaald. - Niet is gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat [appellant] in verzuim is geweest. w.g.
Borman w.g. Rijsdijk voorzitter griffier 705.