Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2018:531 ECLI:NL:RVS:2018:531 AI generated

ECLI:NL:RVS:2018:531 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2018:531
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201801247/1/A2. Datum uitspraak: 14 februari 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], appellant, en het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Landgraaf, verweerder. Openbare zitting gehouden op 14 februari 2018 om 11:45 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.J. Borman voorzitter Staatsraad mr. H.G. Lubberdink lid Staatsraad mr. G.M.H. Hoogvliet lid griffier: mr. M. Rijsdijk Verschenen: [appellant], in persoon; het centraal stembureau, vertegenwoordigd door mr.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RVS:2018:531 · Raad van State: 201801247/1/A2. Datum uitspraak: 14 februari 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], appellant, en het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Landgraaf, verweerder. Openbare zitting gehouden op 14 februari 2018 om 11:45 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.J. Borman voorzitter Staatsraad mr. H.G. Lubberdink lid Staatsraad mr. G.M.H. Hoogvliet lid griffier: mr. M. Rijsdijk Verschenen: [appellant], in persoon; het centraal stembureau, vertegenwoordigd door mr.

Keywords

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201801247/1/A2. Datum uitspraak: 14 februari 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], appellant, en het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Landgraaf, verweerder. Openbare zitting gehouden op 14 februari 2018 om 11:45 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.J. Borman voorzitter Staatsraad mr. H.G. Lubberdink lid Staatsraad mr. G.M.H. Hoogvliet lid griffier: mr. M. Rijsdijk Verschenen: [appellant], in persoon; het centraal stembureau, vertegenwoordigd door mr.

R. Janssen en mr. H. Doornhof, beiden advocaat te Amsterdam; de vereniging Landgraaf ’81, vertegenwoordigd door [gemachtigde]; de vereniging Partij Jan Gulpers, vertegenwoordigd door [gemachtigde]; de vereniging Burgerbelangen Landgraaf, vertegenwoordigd door [gemachtigde]; de Kiesraad, vertegenwoordigd door mr. W.A.E. Brüheim. Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van 9 februari 2018, waarbij lijst 2 met daarboven de aanduiding GBBL Ubach over Worms, lijst 4 met daarboven de aanduiding GBBL Schaesberg en lijst 11 met als eerste kandidaat "Janssen, G.G.J. (Freed) (m)" geldig zijn verklaard.

Beslissing De Afdeling verklaart het beroep ongegrond. Gronden - [appellant] heeft aangevoerd dat het centraal stembureau ten onrechte de kandidatenlijsten met daarboven de aanduidingen ‘GBBL Ubach over Worms’, ‘GBBL Schaesberg’ en de blanco lijst met als eerste kandidaat G.G.J. Janssen, niet ongeldig heeft verklaard, nu achter deze lijsten feitelijk één politieke groepering schuilgaat. Het aldus aangevoerde levert niet een van de uitputtend in artikel I 5 van de Kieswet opgesomde gronden op om een lijst ongeldig te verklaren. - Er is geen sprake van de situatie als bedoeld in artikel I 6, tweede lid, aanhef en onder b, van de Kieswet, te weten de situatie waarin dezelfde aanduiding van een politieke groepering boven meer dan één van de voor dezelfde kieskring ingeleverde lijsten is geplaatst. - De door [appellant] aangedragen documenten, waaronder het Document van Kopenhagen, brengen voorts niet mee dat het centraal stembureau naast de uitputtend in de Kieswet opgesomde gronden nog aan andere vereisten had moeten toetsen. - Het besluit van het centraal stembureau tot registratie van de aanduidingen is rechtens onaantastbaar geworden.

De Kieswet, in het bijzonder artikel I 6, voorziet in het stadium van het onderzoek van de kandidatenlijsten niet in de mogelijkheid om een aanduiding te weigeren omdat deze verwarrend dan wel misleidend zou zijn. w.g. Borman w.g. Rijsdijk voorzitter griffier 705.