Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RVS:2018:3431 ECLI:NL:RVS:2018:3431 AI generated

ECLI:NL:RVS:2018:3431 · Raad van State

Case Number ECLI:NL:RVS:2018:3431
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

201709529/1/A3. Datum uitspraak: 24 oktober 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te Amsterdam, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 oktober 2017 in zaak nr. 17/3653 in het geding tussen: [appellant] en het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Noord (thans: het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam). Procesverloop Bij e-mailbericht van 8 februari 2017 is [appellant] medegedeeld dat hij geen nutstuin in bruikleen kan krijgen. Bij besluit van 11 mei 2017 heeft het algemeen bestuur het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RVS:2018:3431 · Raad van State: Op 4 november 2016 heeft hij bij de gemeente Amsterdam een verzoek ingediend voor het in zelfbeheer krijgen van een nutstuin bij het IJplein. In het e-mailbericht is [appellant] meegedeeld dat de nutstuinen allemaal vergeven zijn en dat er daarom geen mogelijkheid meer is om een nutstuin in bruikleen te krijgen. Tegen deze mededeling heeft [appellant] bezwaar gemaakt. Het algemeen bestuur heeft zich op het standpunt gesteld dat het e-mailbericht geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) is en heeft het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2017:222
201602421/1/A2. Datum uitspraak: 1 februari 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: de Stichting Kempenhaeghe, gevestigd te Heeze, gemeente Heeze-Leende, appellante, en het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende. Procesverloop Bij besluit van 13 november 2012 heeft het college de verzoeken van de stichting tot vergoeding van de kosten voor de aanleg van de aanrijroute en in- en uitstapplaatsen van taxi’s en van de kosten voor interne aanpassing van het hoofdgebouw van onderwijscentrum De Berkenschutse (hierna:
ECLI:NL:RVS:2015:2118
201404352/1/A3. Datum uitspraak: 8 juli 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], wonend te [woonplaats], tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 9 april 2014 in zaak nr. 13/1859 in het geding tussen: [appellante] en de minister van Defensie. Procesverloop Bij besluit van 14 mei 2012 heeft de minister het verzoek van [appellante] om verstrekking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) deels toegewezen, deels afgewezen. Bij besluit van 24 januari 2013 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
ECLI:NL:RVS:2013:BY7987
201203715/1/A3. Datum uitspraak: 9 januari 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: Volkstuinvereniging Lusthof, gevestigd te Rotterdam, appellante, tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 februari 2012 in zaak nr. 11/3379 in het geding tussen: Lusthof en de raad der deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek. Procesverloop De raad heeft op 15 februari 2011 een verhoging van de huurtarieven voor de volkstuinen en nutstuinen vastgesteld met ingang van 1 april 2011. Bij besluit van 28 juni 2011 heeft de raad het door Lusthof daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

201709529/1/A3. Datum uitspraak: 24 oktober 2018 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te Amsterdam, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 oktober 2017 in zaak nr. 17/3653 in het geding tussen: [appellant] en het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Noord (thans: het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam). Procesverloop Bij e-mailbericht van 8 februari 2017 is [appellant] medegedeeld dat hij geen nutstuin in bruikleen kan krijgen. Bij besluit van 11 mei 2017 heeft het algemeen bestuur het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 27 oktober 2017 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. Het algemeen bestuur heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 oktober 2018, waar [appellant], bijgestaan door mr. J.A.M. van Oers, advocaat te Amsterdam, en het college, vertegenwoordigd door mr. M. de Jong, zijn verschenen. Overwegingen Inleiding 1. [appellant] woont aan het [locatie] in Amsterdam.

Op 4 november 2016 heeft hij bij de gemeente Amsterdam een verzoek ingediend voor het in zelfbeheer krijgen van een nutstuin bij het IJplein. In het e-mailbericht is [appellant] meegedeeld dat de nutstuinen allemaal vergeven zijn en dat er daarom geen mogelijkheid meer is om een nutstuin in bruikleen te krijgen. Tegen deze mededeling heeft [appellant] bezwaar gemaakt. Het algemeen bestuur heeft zich op het standpunt gesteld dat het e-mailbericht geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) is en heeft het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank heeft dit standpunt juist geacht en daarom het beroep van [appellant] tegen het besluit van 11 mei 2017 ongegrond verklaard. Beoordeling hoger beroep 2. [appellant] voert aan dat het algemeen bestuur en de rechtbank hebben miskend dat de mededeling van 8 februari 2017 een publiekrechtelijke rechtshandeling is en daarmee een Awb-besluit. Volgens [appellant] beheerst het publiekrecht de bruikleenovereenkomst. Als het privaatrecht de overeenkomst zou beheersen had het algemeen bestuur ook niet hoeven te voldoen aan zijn op de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) gebaseerde verzoek over de nutstuinen, aldus [appellant]. 2.1.

Onder een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt verstaan een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie de uitspraak van 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:222), is een rechtshandeling publiekrechtelijk als zij is gebaseerd op een publiekrechtelijke grondslag. In de regel is daarvoor nodig dat het bestuursorgaan de bevoegdheid tot het verrichten van die handeling ontleent aan een specifiek wettelijk voorschrift. Niet is gebleken van een publiekrechtelijk wettelijk voorschrift waarop het in bruikleen geven van de nutstuinen is gebaseerd. [appellant]’s betoog inhoudend dat de beslissing moet worden aangemerkt als een publiekrechtelijke rechtshandeling omdat het algemeen bestuur eerder op zijn Wob-verzoek heeft beslist volgt de Afdeling niet.

Zoals zij eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 8 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2118) moet de term "bestuurlijk" bij de toepassing van de Wob ruim worden opgevat en heeft deze betrekking op het openbaar bestuur in al zijn facetten. Een verzoek om informatie neergelegd in documenten over het in bruikleen geven van een nutstuin kan dan ook om die reden een bestuurlijke aangelegenheid zijn in de zin van de Wob. Dit maakt echter nog niet dat het in bruikleen geven van nutstuinen is gebaseerd op een publiekrechtelijke grondslag. In zeer bijzondere gevallen kan een beslissing van een bestuursorgaan die niet op een specifieke bevoegdheidstoekennende publiekrechtelijke grondslag berust, niettemin als een Awb-besluit worden aangemerkt (zie eveneens de uitspraak van 23 augustus 2017).

De omstandigheden dat, zoals [appellant] stelt, de grond de bestemming openbaar groen heeft, hij een aanvraag moest indienen bij de gemeente en dat uit de ontstaansgeschiedenis van de nutstuinen blijkt dat die destijds publiekrechtelijk zijn toebedeeld, maken niet dat een zeer bijzonder geval aan de orde is. In haar uitspraak van 9 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY7987 heeft de Afdeling geoordeeld dat het verhuren van nutstuinen niet als een publieke taak kan worden gezien. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding te oordelen dat het in bruikleen geven van een nutstuin wel als publieke taak moet worden gezien.

Het betoog faalt. Slotsom 4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. Proceskosten 5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M.E.A. Neuwahl, griffier. w.g. Steendijk w.g. Neuwahl lid van de enkelvoudige kamer griffier Uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2018 280-859.